Repel's Blog

De onnavolgbare Repel en haar vier Daltons

Een enorm a-relaxed middagje op de eerste hulp

Picture it: kantoor, woensdag pal na de lunch.
Picture mijn kamer: ruim, vol zonlicht, maar te bereiken via een soort nisje om een hoekje. Het is net een doodlopende straat: iedereen die in het nisje komt, komt voor mij of mijn roomy.
Picture de Repel: afgrijselijk druk, wil alles af hebben om 4 uur om de stad in te gaan om eindelijk “die ene” bikini te kunnen kopen voordat haar maat in de aanbieding is uitverkocht. Prio’s mensen, prio’s.

Ik ben net terug van serieus in de apparaten hangen in de fitness tijdens mijn lunchpauze. Ik heb mijn moeder aan de lijn die op de jongste twee Daltons aan het passen is omdat de Brandmeester zijn eerstgeborene moet coachen bij het voetbaltournooi van school. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek een lieve collega. Ze ziet dat ik aan het bellen ben en ze glimlacht verontschuldigend. Ze staat vertwijfeld in het nisje en iets zegt me dat ik moet ophangen. Ik loop met haar mee.

Picture it: ze is jong (32), bloedmooi, rete-slank, altijd analytisch absurd scherp, grappig, ambitieus en verbaal heul scherp. Buitenlandse werkervaring, high potential, hoogvlieger. Maar ze is zo volwassen, voorbij rare puberale neigingen als afgunst, onzekerheid of opscheppen dat niemand jaloers op haar is. Je kan van haar leren. Zij heeft me advies gegeven over zaken waar niemand anders wat over weet. Want als er zoiets aan de knikker is, kom ik bij haar.

We gaan in haar kamer zitten. Ze voelt zich niet goed. Duizelig, misselijk, haar hart hapert, zo lijkt het te voelen. Alsof het een slag overslaat. Ze ziet er niet uit, ze ziet grauw. Ze weet ook niet goed wat ze wil, wat ze moet, wat er moet gebeuren. Ze is het pad kwijt en zo ken ik haar niet. Ik bel de bedrijfsarts, maar die is niet in da house. Zij woont in een andere stad dus naar haar huisarts gaan in deze toestand is geen optie. Ik bel het ziekenhuis dat dicht bij kantoor is: collega voelt zich enorm beroerd, kunnen we langskomen?

Ik rij haar in haar auto naar het ziekenhuis. In de auto vertelt ze me dat ze haar moeder om 4 uur ’s nachts binnen een uur heeft zien overlijden toen ze 18 was. Acute hartritmestoornissen, was de diagnose achteraf. Ik geef wat gas bij.

Ze mag meteen mee en ik dank God (waar ik niet in geloof, ik hoop niet dat ik iemand kwets) op mijn blote knietjes voor mijn iPhone en Twitter. Uiteindelijk zit ik 2 uur te wachten in de wachtkamer. Ik Twitter me gek en (ik hoop dat ik niemand vergeet) Door, Wieke en Lisanoortje slepen me door die lange wachttijd heen. En half Twitterend Nederland stuurt lieve berichtjes zodra hun werktijd het toelaat. Heeft ooit iemand al eens geroepen dat loggen je leven verrijkt? Ik geloof het niet hè, ik ben vast de eerste die deze constatering doet.

Wat nou als ze terugkomen met “we nemen haar op?”, wat nou als ik hier om 6 uur nog zit?, wat moet ik met haar auto, haar autosleutel? Mijn brein ratelt…”wat nou als het echt niet goed met haar gaat?”

Na ruim 2 uur komt een verpleegkundige me halen: “uw collega wil graag dat u komt…”

Ze zit daar met allerlei plakkers. Ze heeft aan EEG’s en aan Joost mag weten wat voor apparaten gelegen. Ze zegt tegen me dat ze daar moest liggen en dat ze haar tas op een meter afstand zag staan met daarin haar iPhone. Maar ze mocht niet bewegen. Ze dacht alleen maar: “I can haz iPhone?” We gieren het uit (vanwege onze favoriete site! en vanwege de zenuwen) Ze had verwacht dat ik al weg was, terug naar kantoor en dat ze een taxi had moeten nemen. De dokter komt na 10 minuten en zegt dat ze geen serieuze ritmestoornissen heeft. Wel maakt haar hart af en toe een extra slag en haar gevoel van haperen komt door de pauze die haar hart maakt na zo’n extra slag. Het is waarschijnijk een virale infectie. “Dat zie je wel vaker.” Ze hadden overlegd met de cardioloog. Nu mag ze weg, er is “niks” aan de hand, maar ze mag/moet over een poosje terug voor nog een harfilmpje. Ze/ik/we zijn initieel gerustgesteld maar nog niet helemaal.

Ik rij haar terug naar werk. Ze is denk ik ook overwerkt en oververmoeid. En dat weet ze zelf ook. Ik sluit mijn kamer af en ga naar het centrum. Ik ben emotioneel behoorlijk aangeslagen. Niemand mag zijn moeder op zijn/haar 18e voor zijn/haar ogen zien sterven en vervolgens volkomen logisch en onafwendbaar bang moeten zijn voor zijn/haar eigen leven bij de eerste de beste hartklopping. En het staat niet in verhouding, maar mijn middag was ook niet relaxed.

Mijn pincode moet hiervoor boeten! Ik zweer je!

Ik had de laatste in mijn maat!

Image Hosted by ImageShack.us

En ik ben meteen maar doorgelopen….

Nu zijn we compleet….tot de iPad komt, that is. ik zweer je: ik ben geen emotionele eter, ik ben een emotionel koper.

Nee hoor, semi-geintje: de Repel heeft gisteren de administratie tot op twee cijfers na de komma gedaan en het kon. HET KON!!

Image Hosted by ImageShack.us

Advertenties

mei 26, 2010 Posted by | Beslommeringen, Repel | , , | 35 reacties

Over Goed, Over Aardig en Over Goedaardig.

Vanmorgen liep ik met gezwollen oogleden, gezwollen donkere wallen, bloeddoorlopen ogen en lood in mijn benen de wachtkamer in. Toen de verpleegkundige me haalde en me naar behandelkamer 3 leidde, zei ze me: “Ik zag je staan voor 19 november en vond dat niet goed. De uitslag is er al meid.” Toen herkende ik haar stem; zij was dus degene die me had gebeld. Zij was ook degene die me die eerste afspraak naar een behandelkamer van de chirurg had geleid.  En zij was dus degene die blijkbaar zo goochem was geweest om 1 en 1 bij elkaar op te tellen. Wat een bijzondere vrouw. Wat is ze goed in haar beroep.

Ik kan niet langer dan 3 minuten (180 seconden duren heul lang op zo’n moment) hebben zitten wachten in die kamer toen een chirurg van de mammapoli binnenkwam. Een andere dan de vorige keer. Een wat oudere vrouw. Ze had de deurknop nog in haar hand, ze had nauwelijks 1 stap in de kamer gezet toen ze zei: “De uitslag is goed, laten we dat eerst heel snel gemeld hebben.” Ik barstte in huilen uit. Ze zei: “Je hebt flinke pech gehad dat het bij het eerste onderzoek niet lukte en dat je voor de MRI moest. Je hebt lang moeten wachten. Maar waarom ben je hier alleen gekomen?” Ik stamelde terug dat Manlief thuis was met jongste, dat ik dit liever alleen doe en om het even alleen op me in laten werken en dat ik dan héél hard naar huis wil fietsen naar Manlief. Zo zit ik in elkaar. Ik heb altijd het gevoel dat ik de ander moet entertainen als er iemand bij me is, dat ik voor de ander moet zorgen. Als ik alleen ben, zorg ik voor mezelf. Ze memoreerde aan het feit dat dit de derde keer was en ze zei: “Hij doet eigenlijk niet goed mee hè, hij is een beetje een spelbreker.” Ze bleef stil staan bij mijn gevoel, ze was goed en ze was aardig. En de mastopathia in mijn borst zijn goedaardig.

En nu?

We kunnen het laten zitten, maar dan moet ik onder controle blijven. Niet met elk jaar een foto, want op mijn leeftijd krijg ik dan teveel straling voor mijn donder. Gezien mijn kansen op het krijgen van kanker is dat geen goed idee. Dus elk jaar een echo. Maar ik heb er last van, dus ik wil het weg hebben. Wat ik niet zei was dat ik ook de angst beu ben. En dat elke keer controle teveel stress gaat opleveren. En ik wil geen knobbels in mijn tiet die om kunnen slaan van happy smileys naar boze smileys. Ik zei het niet, maar ze zag het in mijn blik. Toen zei ze dit:

“We nemen een time-out van 3 maanden. De knobbels krijgen een andere lading in je hoofd als je weet dat het goedaardig is. Neem daar nu de tijd voor. Ga naar het strand, ga schreeuwen tegen de wind en laat het even helemaal los. We weten van mastopathia dat ze gevoelig zijn voor stress. Neem even afstand. als je er over drie maanden nog last van hebt kunnen we alsnog het besluit nemen.”

Ik was het helemaal met haar eens en vond 3 maanden time-out een goed idee.

Ze vroeg of ik nog een glaasje water wilde. Maar ik zei dat ik liever even heel hard naar huis wilde fietsen. Toen ik haar hand schudde en naar haar keek zag ik pas de roze pink ribbon speld op haar witte doktersjas. Goed en aardig. Goedaardig.

november 3, 2009 Posted by | Beslommeringen, Repel | , | 38 reacties

De ooievaar is nog niet tevreden

Alle gekheid en Louboutins op een stokje. Een ander geluid.

Wij hadden eerder deze week een afspraak bij de kinderdokter met de mooiste naam van Nederland. Zo ongerust en radeloos als ik er met Middelste naartoe ging in juli, zo opgetogen en blij ging ik er nu naartoe. Ik was helemaal in de kijk eens hoe goed het gaat stemming: hij poept op de wc! En belangrijker: hij is niet meer bang, het doet geen pijn meer en hij zit niet meer verstopt! Ja okay, het ‘foute gedrag’ zit er wel erg diep in. Als hij achter de wii zit te Mario karten, zie ik hem soms springen en huppelen en als ik dan vraag of hij moet poepen roept hij ja. Maar dan moet ik hem echt even aansporen om ook daadwerkelijk te gaan. En op school heeft hij nog nooit gepoept, maar dat kan toeval zijn. Toch?

De pen van dokter Ooievaar stopte met schrijven en hij keek me over zijn bril aan met een opgetrokken wenkbrauw. Wat is het eigenlijk een lekker ding, dacht ik toen, in mijn lyrische stemming. Maar dokter Ooievaar was nog niet tevreden. Semi-streng sprak hij Middelste aan. De wii moest op pauze, bla-bla-bla, hij mag het niet ophouden yah-di-yah-di-yah-di. Tegen mij zei hij dat we in december terug moeten komen en als er dan nog steeds van die tekenen waren….en toen vielen de woorden psycholoog en zindelijkheidstraining. En toen vond ik hem ook subiet geen lekker ding meer.

Een beetje beduusd liep ik met Middelste èn prinsessenballon het ziekenhuis uit. Ja maar, het gaat toch goed?  Hij zit koud twee weken op school en het is in al die tijd nul keer misgegaan! En de poep is dankzij de medicijnen zo dun dat hij het niet een hele ochtend kàn ophouden, dat was nou juist the point, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen. Hooguit vijf minuten bij het wii‘en, meer niet. En dat is niet goed, okay, maar we zijn zeggen en schrijven pas zes weken bezig om gedrag dat zich in twee jaar heeft ontwikkeld terug te draaien. En ik vind dat hij het verschrikkelijk goed doet.

Pokke-ooievaar. Hij is vast een hele goeie dokter die het goed in de gaten wil houden en die veel ervaring heeft met dit probleem (wat wij, eerlijk is eerlijk, al die jaren niet onderkend hebben) en hij kent vast alle gevaren en symptomen en hij heeft ongetwijfeld in ieder geval een beetje gelijk. Maar ik was lyrisch en blij toen ik het ziekenhuis inliep, en toen ik het ziekenhuis uitliep vond ik hem een pokke-ooievaar.

Toen ik Middelste naar school bracht moest ik nog even zwaaien bij het raam. Maar toen ik bij dat raam stond zag hij mij niet meer. Hij zat in zijn boekje. Kijk hem zitten (een foto nemen door glas wordt technisch gezien nooit mooi, maar sfeer-technisch gezien wel). En weet je wat? Ik ben nog steeds trots en superblij met mijn nieuwe mannetje. Het nieuwe mannetje dat ik ergens deze zomer heb gekregen. En ik vind nog steeds dat hij het verschrikkelijk goed doet!

september 17, 2009 Posted by | Beslommeringen, De Daltons | , | 17 reacties

Moeders is heel ver weg

Hier in de lobby van het hotel in Dienstreisland hebben ze een Apple staan waar ik gratis op mag internetten. Met 20″ scherm. Ik moet en zal hier dus een logje op typen. En binnen twee zinnen ben ik overtuigd: mijn volgende compu wordt een Mac. (Dat je het alvast weet, Manlief.)

Gisteren stond ik op het punt te boarden en belde ik nog even heel snel naar huis voordat ik mijn telefoon ging uitzetten.

Hij: Met Manlief
Ik: Met mij, nog even snel kusje voor ik ga vliegen
Hij: Ik moet snel hangen want ik zit in de auto
Ik:  Ok, rij voorzichtig
Hij: Wil je niet weten waarom ik in de auto zit?
Ik: Waarom zit je in de auto?
Hij: Ik ben op weg naar het ziekenhuis, Oudste is tegen een ijzeren paal gelopen met zijn hoofd en zijn voorhoofd moet gehecht of geplakt worden

Daar sta je dan als moeder, op het punt vele airmiles te gaan afleggen.

Nu is moeders heel ver weg en mijn zoon zit thuis met een geplakt voorhoofd met hechtpleisters. Hij zou er een litteken aan kunnen overhouden, maar ik geloof niet dat Oudste dat erg vindt. Wel vond hij het erg dat ik hem Stuntelaar noemde. Ik vroeg hoe het was gebeurd. Nou, zei hij, hij was aan het spelen met Vriendje, en Vriendje was de Vleeseter, je weet wel, en toen moest hij vluchten. Nou, en toen stond die paal er ineens. Zomaar.

Ik hou mijn hart vast voor wat ons de komende jaren nog te wachten staat. Onze eerste strippenkaart ziekenhuis is al vol en Oudste spaart littekens.

april 1, 2009 Posted by | Beslommeringen, De Daltons, Repel | , | 8 reacties

Stress rond etenstijd: déjà vu all over again deel II

Ik zit op werk als mijn privé-mobiel gaat. Het is Manlief die me op een enigszins geïrriteerde toon verteld dat ik zijn bankpas nog in mijn portemonnee heb. Hij kan dus geen boodschappen halen èn zijn broer komt eten.

Inwendig sla ik mezelf voor mijn kop. Oh ja, da’s waar ook. Ik had de financiën gedaan en was vergeten zijn pas terug te geven. Ik trek ter plekke het boetekleed aan en besluit een uurtje vrij te nemen: ik ga wel boodschappen halen.

Mea Culpa zeggend tegen mijn collega’s vertrek ik een uur eerder van werk. Ik loop het pand uit en sta even later bij het openbaar vervoer als mijn mobiel weer gaat. En wederom is het Manlief. Hij brengt me op uiterst beheerste en ingehouden toon de volgende boodschap:

ambulance“Verandering van de plannen. Jij komt nu direct naar huis. Ik ga nu met Oudste naar het ziekenhuis: hij heeft een bal tegen zijn hand gehad. Er zit een rare bobbel. Buuv zit bij de jongste twee maar ze moet op tijd naar zwemles. Hoe laat ben jij thuis?”

Ik zag niet in een flits mijn leven voorbijtrekken, maar ik zie in een flits mei 2007 voorbijtrekken. Toen Oudste zijn arm had gebroken (rond dezelfde tijd van de dag en in dezelfde speeltuin) en ook toen met papa met spoed naar de eerste hulp ging. Déjà vu. Ik vroeg me af of dit onze (zijn) tweede botbreuk binnen twee jaar zou worden. Ik schudde de herinnering aan de operatie met de pennen in zijn arm heel snel van me af. Zo ver waren we nog lang niet. Ik belde mijn zwager om af te bellen: geen idee hoe laat ze thuis zouden komen en de boodschappen zouden uiteraard niet gehaald worden.

Het OV deed er te lang over en met de fiets had ik windje tegen en ik kwam met paarse konen thuis. Buuv spoedde op haar beurt de deur uit op weg naar haar eigen haastklus.

Na lang wachten kwam uiteindelijk het verlossende telefoontje: de banden waren verrekt en de duim was gekneusd. Maar er was niks uit de kom en alle botten waren nog heel.

Ze hadden dezelfde arts gehad die op de eerste hulp destijds zijn arm, zonder verdoving, had gezet. Déjà vu all over again! Maar, zei Oudste, deze keer deed hij veel voorzichtiger. Da’s maar goed ook voor hem, want als hij mijn zoon nog een keer zoveel pijn zou hebben gedaan zou ik hem persoonlijk, zonder verdoving, met een roestig bot mesje hebben gecastreerd.

maart 17, 2009 Posted by | Beslommeringen, De Daltons | , | 8 reacties

Déjà vu all over again

Exact 3 jaar later lopen we weer met een klein jongetje het ziekenhuis in. Het is een ander jongetje dan toen, maar het is hetzelfde ziekenhuis in Omadorp en we komen voor dezelfde ingreep. We worden naar dezelfde zaal als toen geleid en we worden verwelkomd door dezelfde verpleegkundige als toen. En verdomd als het niet waar is zijn zelfs de bejaarde vrijwilligsters dezelfde als toen. In het wachtkamertje staan nog dezelfde kindermeubeltjes en dezelfde incomplete puzzels. En net als toen begeleid ik een dapper klein jongetje de narcose in en laat ik achteraf mijn tranen eventjes de vrije loop.

Net als toen is het lopende band werk. Een zaal vol kindjes die voor oor en/of neus en/of keel komen, en de hele zaal wordt binnen een uur geholpen. Ze komen een voor een luid huilend de zaal weer in. En net als toen zijn het de neusjes die het snelst opknappen. De oortjes volgen meestal wat later, die zijn wat zieliger. En de keeltjes zijn de bloedspugers. De combi-kindjes hebben sowieso prijs. Wij waren de neus-keel combinatie. Die neus zal mijn kleine jongetje worst wezen. Het is de narcose en de keel die hem nekt. Slikken doet pijn, de hoeveelheid bloed in het maagje maakt hem misselijk en het huilen maakt het er allemaal niet beter op. Maar al lijken de keeltjes van de zaal er in eerste instantie het langste over te doen om op te knappen, de ervaring leert dat de keel uiteindelijk wel sneller opknapt dan, zeg, de oortjes.

Achteraf maakt de arts dezelfde grap als bij ons andere kleine jongetje drie jaar geleden. De keelamandelen waren zo groot dat ze voor de operateur heel makkelijk te pakken en weg te snijden waren. Ha ha. Ja, geestig ja. Ik durf er vergif op in te nemen dat we er over, pakweg, drie jaar weer zullen zitten met een klein jongetje.

maart 11, 2009 Posted by | Beslommeringen, De Daltons | , , | 9 reacties