Repel's Blog

De onnavolgbare Repel en haar vier Daltons

Als elke log woordenloos moet wezen op Woordenloze Woensdag, prop ik de titel wel vol met woorden en laat ik de body woordenloos, prima, ik ben de rotste niet. Leuk he, een hele lange paarse titel, met heel veel woorden! Gelukkig is de log zelf woordenloos, want dat moet op Woordenloze Woensdag. Volgens het plaatje moet het woordeloos (zonder n) zijn. Ik mag dus niet één woord typen. Maar vast wel een heleboel, dan? Enfin, dit wordt mijn eerste woordenloze èn eerste woordeloze (zonder n) logje. Dus. Maar ik ben vanavond wel naar de poli oncogenetica. De eerste poli aller tijden (in mijn belevenis) die ’s avonds open is, dat dan weer wel. Niet dat ik woorden over vuil maak hoor. Dat dan weer niet. Dat schijnt namelijk niet te horen op woorde(n)loze woensdag. Op deze dag loggen we niet. En al helemaal niet over erfelijke tumoren. Gelukkig doe ik dat ook niet. De titel van deze woordenloze log is gewoon een beetje lang. Tot morgen. Op donderdag mag ik vast weer woorden spuien.

Advertenties

januari 13, 2010 Posted by | Repel | , | 21 reacties

U kunt zich melden bij de poli erfelijke tumoren

Ik ren niet meer achter mijn tiet aan.
Ik ren weer gewoon lekker op weg naar de volgende prestatieloop, op weg naar mijn volgende record.
Ik vermoed dat ik ga bibberen en glibberen, zondag aanstaande. Het schijnt koud te worden. Jummie, lekker.
Ik ben er klaar voor. En ik heb er nu al zo ontzetten veel zin in!

Vandaag pakte ik De Enveloppe weer even op, tegen alle afspraken in. Ik las alles nog eens goed door en zag toen pas dat ik die pokke-vragenlijst eigenlijk z.s.m. had moeten retourneren. Ja sorry, oeps. Moet ik me zorgen maken om het feit dat deze fout van mij mij aan mijn reet roest?

Morgen op werk ga ik de kolere-lijst invullen. Wie er dood ging en waarom en op welke leeftijd.

Vanavond heeft Manlief mij gelaten. Ik heb lang in het donker voor het keukenraam gestaan. Uiteindelijk heb ik hem verteld waar ik nu sta. Voor zover mijn wijsheid strekt, heb ik alle mogelijke senario’s de revu laten passeren…en ik heb bedacht welke acceptabel zijn en welke onder geen beding.  Manlief keek me aan, en gaf me vervolgens een van de meest liefdevole knuuffels die ik ooit heb gekregen…

***coda***

De enveloppe zei dat de uitslag van het onderzoek (als dat al plaatsvind) wel 3 tot 6 maanden kan duren…

Dat gaat de Repel dus niet afwachten. Toch?

december 29, 2009 Posted by | Party of Five, Repel | , | 20 reacties

Rennen of vluchten, that’s the question

Sinds Oktober Borstkankermaand KnobbelInBorstOntdekMaand is mijn hardloopgedrag een tandje of twee fanatieker geworden. Ik vond hardlopen altijd rustgevend en kalmerend en enerverend tegelijkertijd, maar sinds oktober werd het hardlopen ook een vergeetmechanisme. Ik rende heel hard weg voor de knobbel in mijn borst.

Maar je borsten zitten aan de voorkant van je lijf, dus hoe hard je ook loopt, je blijft- plastisch uitgedrukt- letterlijk achter de feiten aanhollen. Weglopen (héél hard) heeft dus geen zin. Mijn tiet loopt gewoon héél hard voor mijn feiten uit.

Hardlopen vind ik heel, heel fijn. Met tussenpozen loop ik al sinds begin jaren negentig. En het maakt niet uit of ik er jaren mee stop: zodra ik het weer oppik, ben ik er goed in. Er gewoon heel erg goed in. Ik heb er het lijf voor. En ik heb er de instelling voor. Sterker nog; het is een van de weinige dingen waarvan ik, zonder twijfel, zonder enige terughoudendheid, keihard en heel arrogant durf te roepen dat ik er verschrikkelijk goed in ben. En ik vind het leuk. Heel erg leuk. Ik hou van de kadans, ik hou van het zweten, ik hou van het tot snot gaan voor een goeie tijd. Ik hou ervan om achteraf een kwartier onder een gloeiendhete douche te staan. En ik hou van het gevoel dat ik heb na die douche.

Dus ik wil niet hardlopen om te vluchten. ik wil mijn hardlopen niet vervuilen met plaatsvervangende negatieve meuk. Dus heb ik een paar dagen geleden de knop omgezet:

Ik ren niet meer ergens van weg, ik ren weer ergens naartoe. Net als in het pré-knobbel tijdperk. Zoals het hoort. Toen was mijn doel de 10k binnen het uur en wellicht later binnen 55 min. Dat doel heb ik allang gehaald. (Been there, done that…hihi, ik ben goed in hardlopen…)
Vanaf nu is hardlopen weer gewoon hardlopen en Knobbel in Tiet mag lekker voor me uit lopen. Hij mag mijn haas zijn. Hardlopen is weer leuk rennen naar mijn volgende doel: de halve marathon.

Vandaag rende ik een heel lang loopje door de sneeuw. Ik rende 12k door het weeralarm heen. Ik rende door de sneeuw en in de sneeuw. En ik genoot. Het was zo mooi. Door de polder, door het park, langs de sneeuwpoppen en langs de sneeuwbalgevechten. Door losse sneeuw hardlopen is net als lopen door mul zand. Loeizwaar. Vandaag was hardlopen weer genieten. Mijn knobbel is 13 januari pas weer aan de beurt.

december 20, 2009 Posted by | Repel | , , , | 24 reacties

Komt een vrouw bij de kapper

Komt een vrouw bij de kapper. Ken je die? Van die vrouw die bij de kapper komt? Nou, d’r komt een vrouw bij de kapper…

Daar zat ik in de kapperstoel met mijn smeekogen: “HELP MIJN HAAR VALT UIT!”. Kapper keek naar mijn haar en liet zijn handen erdoorheen gaan. Heb je stress gehad, vroeg hij. En toen zat ik daar ineens te huilen in die stoel. Waar dat nou ineens vandaan kwam wist ik niet, maar ik zat ineens te janken. En niet om mijn haar.
Kapper ging verschrikt een kopje koffie halen en ik deed na dat bakkie troost mijn verhaal. Kapper en ik kennen elkaar al een paar jaartjes: hij heeft mijn bruidshoofd nog gedaan. Hij is behalve een hele goeie knipper ook een hele goeie kapper in die zin dat hij net de plaatselijke dominee is: je kan er altijd je verhaal kwijt.

Zijn kundige mening: mijn haar is alleen maar verzwakt. Ik word niet kaal. Je haar is een graadmeter van hoe het met je gaat. (Tja, dacht ik met mijn bio-achtergrond: sneldelende cellen, kan wel kloppen.) Er zitten geen kale plekken: overal zit haar, uitvallend haar en nieuw haar. Maar ik hoef niet bang te zijn dat ik kaal word. Maar mijn haar zit in een versnelde fase: het valt sneller uit, maar het komt ook sneller terug. Dat het gebeurde na het verven, had niks met het verven zelf te maken. Dat was een soort toeval toeval: dat was hetzelfde als door je rug gaan op de dag dat je eindelijk vakantie hebt. Hij vertelde me welk vitaminesupplement zou moeten werken. En ik vertrouw hem wel. En als de plaatselijke dominee, psycholoog en medicijnman zei hij ook welk supplement goed voor het rennen was (hij rent zelf ook), want ik moest mezelf niet uitputten, dit middel was goed voor het herstel van mijn spieren.

Vervolgens kapte hij me schitterend, er hoefde maar een centimeter of vijf van af, en verdomd als het niet waar is, hij knipte en föhnde er een derde van het volume bij.

Heur haar met een stukkie boom en de mooie krans van Tuttemerrul. (De boom is zwart-zilver, die gekleurde dingen zijn chocolaatjes, geen ballen!)

december 13, 2009 Posted by | Repel | , | 22 reacties

De Soap van mijn Borst: Een Nieuwe Invalshoek

Gisterochtend zat ik bij mijn huisarts. Ik wilde eens met hem praten over het hele verhaal. Ik ken hem al een jaar of 12 en er is sprake van enig vertrouwen. We kennen elkaar een beetje. Ik wilde weten wat hij persoonlijk, maar wel als medicus, van mijn time out vond. Als medicus die niet een specialist is.

Medisch gaf hij het me recht voor zijn raap: zijn persoonlijk advies was niet snijden, laten zitten. En mijn radicale oplossing was al helemaal geen optie voor hem. Dit zuiver op grond van de medische aard van de knobbels die er nu zitten. Die zijn het wegsnijden niet waard. Maar hij begreep wel dat het daar eigenlijk niet om gaat. Hij begreep dat de medische aard van het huidige probleem lang niet de lading van mijn probleem dekt.

Het gaat om het feit dat ik een verhoogde kans heb en dat het de derde keer is dat ik een knobbel voel. Het doet er niet toe dat het de eerste twee keren wel weggesneden moest worden ‘omdat het kwaadaardig kon worden’. Het doet er niet toe dat het deze keer het wegsnijden niet waard is. Het gaat er om dat, omdat ik een verhoogde kans heb, de bodem elke keer onder me vandaan wordt geslagen als ik een knobbel voel. Het gaat er om dat ik vrees voor mijn leven en voor mijn opgroeiende kinderen elke keer als ik een knobbel voel. Ooit als ik wat voel, kan het zomaar een slechte zijn. Het gaat om die angst in combinatie met de pech dat ik al drie keer aan de beurt ben geweest voor ‘onschuldige’  knobbels.
Het gaat om het feit dat ik elk jaar op controle moet. Het doet er niet toe dat het deze keer een veel voorkomende kwaal is. Het gaat om het feit dat ik, in tegenstelling tot vele anderen die dezelfde kwaal hebben,  elk jaar op controle moet ‘omdat ik een verhoogde kans heb’.
Het gaat om het feit dat ik overeind moet blijven omdat ik een groot gezin heb. En overeind blijven betekent ook emotioneel overeind blijven. Ik weet niet of ik een jaarlijkse controle aankan. Ik zie het al helemaal voor me: de twee weken voorafgaand aan de afspraak ben ik een stresskip en tijdens de 1, 2, 3 weken wachten op de uitslag ben ik een emotioneel wrak. Dan ben ik geen lieve Vrouwlief en dan ben ik een rotmama. Ik weet niet of ik dat aankan.

Mijn huisarts keek me aan en piekerde. Hij is een principiële man en een conservatieve arts. Maar hij zag mijn probleem. Hij zei: “jouw borsten zijn een last voor je geworden in plaats van een onderdeel van je lichaam.” Hij is tegen snijden: “wat nou als je volgende keer een uitslag ‘pap 2’ hebt? Wil je dan ook maar meteen gaan snijden?” (Ja maar, met pap 2 ben ik een gewone vrouw, met dezelfde eerlijke of oneerlijke kansen als de rest. Met mijn borsten hangt dat zwaard boven mijn hoofd.) Mijn arts had me begrepen en hij keek me aan en hij piekerde.

Hij zei na een paar minuten: “Je komt er niet automatisch voor in aanmerking, maar in dit geval ga ik mijn best voor je doen. Geef me een paar dagen en dan ga ik een afspraak bij genetica voor je proberen te regelen.”

Uiteraard zeggen genen ook niet alles, maar mijn probleem wordt voor een belangrijk deel door kans en statistiek beïnvloedt. Zou ik met knobbels kunnen leven als ik weet dat ik ‘die’  bewuste genen niet heb en mijn kansen bijna die van elke andere willekeurige vrouw zijn? Zou ik mijn knobbels als veel voorkomende kwaal kunnen zien? En wat betekent het eigenlijk precies voor de risico’s als het wel in de familie zit, maar niet genetisch? Daar kan die meneer van genetica mij vast wel een antwoord op geven. ik heb al een heel lijstje met vragen voor die meneer van de genetica.

Ladies and gentlemen: we got a loophole! ’s Avonds keek ik naar mezelf in de spiegel en de woorden van de huisarts echooden door mijn hoofd: ze zijn een last voor je geworden en niet meer een onderdeel van je lichaam. En ik keek met een nieuwe invalshoek naar mijn borsten. Wat nou als het gewoon borsten waren en geen gedoe?

november 25, 2009 Posted by | Beslommeringen, Repel | , | 23 reacties

Boos en opstandig…BOOS EN OPSTANDIG

Vandaag zakte ik na (wederom) een slechte nacht (wederom) een beetje door mijn hoeven. Ik zak er nooit echt compleet doorheen, die luxe heb ik niet, ik verzwik me (alleen maar). Maar op weg naar school om mijn Daltons op te halen merkte ik ineens dat er (wederom) tranen uit mijn ogen lekten. En dat is op een dergelijk moment niet eens het slechtst der momenten, want Jongste zit toch met zijn snufferd in de rijrichting.

Ik zou een log kunnen vullen over de “Tokkie Moeder”  van het schoolplein, die me de huid vol schield terwijl zij mij bijna de berm in sneed eerder die dag. Ik zou ook een log kunnen vullen over mijn Sombrero Vaccinatie van vanmiddag en het feit dat ik liever wilde dat Jongste hem vandaag kreeg in plaats van volgende week; hij liet ons zo schrikken met zijn longen vorig jaar om deze tijd. “Pas op met hem, het slaat bij hem op zijn longen”, zeiden ze nog. Maar ik vul deze log daar niet mee. Nou ja, in een aantal regels samengevat staat het er toch. Niet gevat, of diepgaand, maar de essentie staat er wel, denk ik. Het is per slot van rekening wel context. Achtergrond.

Toen ik op weg was naar school dacht ik (wederom) aan mijn time out en aan wat ik denk te hebben besloten. (Nog steeds voor spek en bonen, y’all.) En ik dacht aan wat de arts tegen me zei en wat ik al een aantal keer heb horen zeggen: “Je moet nadenken over wat jij wilt.”  En toen werd ik ineens boos. Ineens heel erg boos. Ik heb namelijk niks te willen, ik heb niks te kiezen, ik wil een heleboel juist niet. Sterker nog: Eigenlijk wil ik niks van alle keuzes die ik zie. Wat ik wel wil is onmogelijk.

Ik wil geen “talloze” mastopathia
Ik wil geen knobbels
Ik wil geen verhoogde kans op kanker

Ik wil geen jaarlijkse controle
Ik wil geen jaarlijkse echo omdat een foto te veel belasting is
Omdat ik een verhoogde kan heb
Ik wil NOOIT meer een MRI van mijn borsten
Ik wil NOOIT meer op mijn buik vastgebonden liggen in dat ding
Ik wil nooit meer een onverdoofde punctie door mijn tepel
Ik wil geen onverdoofde punctie 20 minuten lang omdat ze de SOB niet te pakken krijgen

Ik wil dit geen vierde keer
Ik wil nooit meer 3 weken hoeven te wachten op de uitslag
Ik wil dit vooruitzicht niet

Maar…

Ik wil ook geen operatie
Ik wil ook geen DERDE litteken
Ik wil ook De Radicale Variant niet

Maar…

Ik kan niet leven met een borst vol voelbare knobbels die pijn doen
Ik kan niet leven met een borst vol knobbels waardoor ik BH’s niet kan dragen
Ik kan niet leven met een borst vol knobbels die welhaast een tijdbom zijn
Ik kan niet leven met een borst vol knobbels waarvor ik jaarlijks voor onder controle moet
Ik wil niet vechten voor een keuze die ik (niet) wil: België doet het wel, maar Nederland niet: als ik het onuitgesprokene zou willen, moet ik vechten.

Het wordt dus een optelsom van “wat ik het minst nìet wil”.  Nergens komt voor wat ik WEL wil. En toen was ik boos en toen moest ik huilen. En de eerstvolgende die roept dat het gaat om wat ik wil, kan een serieuze oplawaai krijgen. En ik deins niet terug voor een knock out.

november 17, 2009 Posted by | Repel | , , | 34 reacties

En toch gaat het altijd weer over die tiet

Ik wilde een logje schrijven dat eens volkomen NIET over mijn tiet zou gaan, maar dat gaat me weer niet lukken. De dokter kan roepen ‘3 maanden time-out’, maar ik kan het bestaan van KIT ’09 niet uitschakelen. Het speelt continu een rol op wisselende plekken van mijn bewustzijn van voor- tot achtergrond.

In de eerste plaats voel ik ze letterlijk, tegen de beugel van mijn BH. Gevoelig is het. En bij sommige BH’s meer dan gevoelig. Dus er helemaal niet aan denken is simpelweg onmogelijk. In de tweede plaats lijkt het net alsof ze een link hebben gelegd met een plekje in mijn brein. Als ik aan ze denk, kan ik ze in gedachten tot op de 10e millimeter nauwkeurig lokaliseren, zonder mezelf aan te raken. En in de laatste plaats raak ik mijn borst niet meer aan. Ik ben te bang dat ze zijn gegroeid of dat ik er ineens veel meer voel. Mijn andere borst raak ik ook niet meer aan. Omdat ik bang ben dat ik daar ook ineens knobbels ga voelen. En dan voert de al dan niet goedaardigheid niet eens de boventoon. Het is de angst dat je zeker weet dat als je gaat voelen, er een knobbel zit daar waar zacht weefsel zou moeten zitten. Geen onrealistische angst, want tot drie keer toe was het zo. En in alle drie de gevallen volgde een martelgang. Het is het wantrouwen van mijn borsten. Het is The Enemy From Within.

Mijn besluit begint langzaam vormen aan te nemen. Vergis je niet: ik raadpleeg mensen waarvan ik weet dat ze er verstand van hebben, ik raadpleeg artikelen en ik raadpleeg vrienden. Alle professionals roepen dat je je niet moet vergissen in het emotionele aspect van wat ik overweeg. Maar niemand, behalve de mensen die mij kennen, schijnt te begrijpen dat wat ik drie keer heb doorgemaakt en wat Calvinistisch Nederland van mij verlangt (lekker laten zitten: het kan omslaan naar slecht, maar dat controleren we jaarlijks) ook ‘enige’ emotionele lading heeft. Plak dit maar in het woordenboek onder de term ‘eufemisme’. Maar ik ben braaf..ik neem drie maanden. Hoed je maar, Repelbos, ik zal er nog vaak lopen. Hoed je maar, Manlief, ik zal je nog vaak de huid vol schelden om vervolgens huilend tegen je schouder aan te vallen.

Ondertussen word ik ook geplaagd door moederlijke angsten. Ik zal de laatste moeder zijn van kleine kindjes die het onderwerp aansnijdt. Maar ik maak me ongerust. Vorig jaar om deze tijd werd Jongste geveld door bronchitus en werden we door Der Herr Doctor Privat Artzt op Lanzarote gewaarschuuwd dat hij zo benauwd was en dat het zo op zijn ademhaling sloeg. En nu komt die Mexicaanse, de varkens, de H1N1, de Swine FLu, de SOB, akelig dichtbij.

Vorige week had Oudste een hoest-verkoudheid, maar hij is nu zo goed als hersteld. Gisteren begon Jongste te hoesten en zijn mondje rook naar ziek. Ken je dat? Dat de adem van je kindje naar ziek ruikt? Toen ik hem voor zijn middagdutje naar bed bracht vroeg ik me af of ik hem met hoge koorts eruit zou halen. Ik kan geloof ik niet ontstressen. Er is altijd wel wat. Rustig vaarwater bestaat geloof ik niet meer voor mij. Rustig vaarwater is een type vaarwater dat ik niet meer zal meemaken, zo denk ik wel eens.

Nou ja. toen ik Jongste uit bede haalde bleek ik bij uitzondering rustig vaarwater te hebben getroffen. Ik moest wel verdwaald zijn! Het kind sprong uit bed alsof het haast had de wereld te ontdekken. En dat heeft hij geloof ik ook. Blaffen van het hoesten doet hij nog steeds….maar geen koorts….geen Taco-hoestje…

(ik wilde hem stiekem slapend fotograferen, maar toen ik zijn kamer opendeed stond hij daar al…ik had nog nèt de tijd om snel het licht aan te doen en te fliepsen!)

november 7, 2009 Posted by | Repel | , , | 24 reacties

Mijn Werkplek

november 7, 2009 Posted by | Repel | , | 26 reacties

Hoe gisteren verder verliep en hoe vandaag een hele nieuwe dag is…

Het gekke was dat ik direct na de uitslag niet meteen opgelucht was. Eigenlijk helemaal niet. De knot in mijn maag weigerde namelijk te vertrekken. De dokter had gezegd dat ik naar het strand moest: uitwaaien en uitschreeuwen. Maar ik ging liever naar Repelbos met Manlief en Jongste. We hadden een uurtje de tijd voordat we de twee oudste Daltons moesten halen van school. Een uurtje lang waren we een klein gezinnetje met slechts één kindje; solo aandacht voor mijn jongste menneke, mijn vrolijke draakje. En terwijl we daar liepen verdween de knot een beetje, druppelde er af en toe een traan, en werd de Repel vermoeider en vermoeider. Langzaam begon ik ‘verdriet’  toe te laten. Er zijn zoveel momenten om 3 A.M. geweest dat ik bang was dat ik dit menneke wellicht niet zou zien opgroeien. En dat ik dacht dat als mij iets zou overkomen, hij geen herinneringen aan mij zou hebben…

Ik werd overvallen door een intense vermoeidheid en ik leek niet verder te komen dan de eerste versnelling. Ik wist eerlijk gezegd niet wat me overkwam: ik ben nooit moe! Al jaren slaap ik niet meer dan 6 uur per nacht en meestal niet eens meer dan 5, maar ik ben nooit zo moe. Al ga ik tot het gaatje, al loop ik op mijn tandvlees; ik ben nog nooit zo moe geweest als de vermoeidheid die me gisteren overviel. En gisteren was ik moe. Ik had het koud en ik was moe en ik ben pal na de lunch naar bed gegaan en heb vier lange uren in bed gelegen. Gedommeld en gerust met een ongehoorde stilte in mijn hoofd. En al had het gemoeten, ik zou niet eens hebben kunnen opstaan. Manlief had me carte blanche gegeven: gisteren was mijn dag.

Vandaag is The Morning After. Vandaag is een doodgewone saaie woensdag in een doodnormaal zielsgelukkig gezin. Middelste had zijn eerste heuse partijtje uit zijn schoolcarrière. Beste Vriendje wilde maar twee kindjes op zijn partijtje en Middelste was daar een van. Hij schijnt het helemal naar zijn zin te hebben gehad, maar toen ik vroeg wat ze hadden gedaan, wist hij dat niet meer. Zo doodnormaal bijzonder.

Oudste mocht op voor zijn slipexamen vandaag, maar traditiegetrouw slaat hij een slip over omdat hij het zo goed doet. Na de oranje en de blauwe mag hij nu ook de zwarte slip overslaan en kregen we een briefje mee naar huis: Oudste mag 28 november aanstaande examen doen voor zijn gele band. Daar waar slipexamens nog officieus zijn, is een bandexamen een serieuze en officiële aangelegenheid en de ouders mogen komen kijken. De Repel heeft 28 november daarbij een port-proef-avond met Buuv. Dat wordt een teute leuke dag, 28 november!

’s Avonds stond jongste Zwager ineens op de stoep. Iedereen, inclusief hijzelf, was vergeten dat hij zou komen eten. Het was Schoonmoede die eraan had gedacht. Gelukkig maar, want nu hadden zowel hij als Oudste de grootste pret achter de DS. Het had iets te maken met tegen elkaar voetballen, of zo.

Ook de normaalste zaak van de wereld: mijn twee lieve “kleine” babypoesjes, die nog lang niet zijn uitgegroeid, te eten geven. Maar vandaag is alles wat normaal is en banaal is een groot genot. Vandaag is alles bijzonder. Miss Marlple is al dubbel en dwars ingehaald door haar zonen, kijk haar, ze lijkt wel een scharminkel naast die kerels. Hoe oud zal ik zijn als Oudste mij inhaalt? Ik ben over een paar jaar hopelijk ook een scharminkel naast drie grote kerels van zonen.

Gisterochtend kamde ik mijn lange, lange haren en keek ik naar mezelf in de spiegel. Chemo zou het einde van mijn lange haren betekenen. Vandaag kijk ik naar mezelf in de spiegel. Morgen gooi ik er een nieuw kleurtje in. Cacao bruin wordt het.

Volgende week gaat moeders en week lang de hort op. Ze gaat naar haar vaste jaarlijkse symposium, het leuke symposium, het de-krenten-in-de-pap symposium. Moeders gaat volgende week de hele week naar Duitsland en ze neemt haar nieuwe rokjes mee, haar Louboutins…èn: haar tieten waar geen kwaadaardige zaken in groeien. Ze gaat pronken met goedaardige knobbels. En ze gaat de hele week slapen. In haar eentje een groot bed. Zonder zorgen over knobbels, zonder koters die om 5 uur wakker worden en zonder knarsentandende Manlief. De Repel gaat genieten en De Repel gaat slapen. Het zou zomaar kunnen dat De Repel elke dag de eerste lezingen mist omdat haar bed zo lekker ligt. En dan uitgebreid ontbijten met Kaiser Brötchen met dik roomboter en dik kaas. De Repel gaat er gewoon een vakantie van maken. En ze hoopt dat haar baas niet meeleest.

november 4, 2009 Posted by | Repel | , , | 30 reacties

De sleur jongens, de sleur

“Nou, daar ging ik dan maar weer. Weer zo’n zondag dat we met z’n vijven waren. En weer naar dat bos natuurlijk. ‘Tis ook een bos van niks, eigenlijk. Camera mee. En weer zo’n zondag dat het herfst is en de zon schijnt. De sleur jongens, de sleur. Vreselijk. Het bos was wéér mooi. Natuurlijk, wat had je dan gedacht? Du-huh! Nou ja, weer tientallen foto’s gemaakt, mijn leven lijkt één grote saaie herhaling.
Bij de MacDonalds gelunched. Pffff…alsof we dat nog nooit gedaan hebben. Twee happy meals, jemig, weer van die kadootjes erbij waar je niks mee kan. Ik ben echt Miss Burgerlijk zeg. En dan zaten er ook nog gratis railrunner kaartjes bij. Moeten we ook nog een keer met de trein ‘omdat het zo leuk is’. En ze waren nog een mayonaise vergeten ook. En weet je wat we moesten afrekenen? Niet normaal!
’s Middags een rondje gaan hollen. Wéér 10 kilometer, weer hetzelfde rondje. Het wordt wel saai hoor, alsmaar hetzelfde tegenkomen. En dan aan het eind wéér die stem van een beroemde Amerikaanse atleet horen door de koptelefoon die me feliciteert met mijn “longest work out yet”. Die Nike+ heb ik nu ook wel gezien hoor.
En dan die iMac: ik weet nu ook wel dat dat ding mooie truukjes kan. En weer zit ik erachter en is er een leukere manier om een slideshow met een nog betere kwaliteit op YouTube te krijgen. Mwoa, het nieuwe is er nu wel vanaf hoor, net als van die nieuwe lens.”

Ht is niet te geloven dat ik mensen ken die hun leven daadwerkelijk op deze wijze ervaren en leven. Ik daarentegen omarm burgerlijk en sleur. Ik omarm geborgenheid. En ik weet waar ik dankbaar voor kan zijn. En ik wil het niet dramatiseren, maar knobbel in tiet had kunnen betekenen (klein stemmetje: kan nog steeds betekenen…je hebt de uitslag nog niet…en ook al is het niet kwaadaardig…dan nog ben je niet kaar want het hoort er niet te zitten…)  dat mijn hele bestaan op losse schroeven staat.

Dus ja, ik geniet wéér van Repelbos. En ik geniet van mijn rondje hollen, mijn rondje waarvan ik precies weet hoe lang het is. En ik zie steeds meer onderweg. En ik zie dingen veranderen in de loop der maanden. En na het douchen trek ik niet mijn slonzige kloffie aan, maar mijn nieuwe sexy broek, gewoon omdat ik ‘m pas. En Manlief knuffelt me de hele dag door en ik bak kippenpoten voor de Daltons: een snack voor tijdens de voetbalwedstrijden op Eredivisie live. Burgerlijk, ja, ik heb nog net geen schort om. En ik heb zin om in de winter, rond de kerst, met het hele gezin met de trein naar Maastricht te gaan. Gewoon, omdat het leuk is. We hebben per slot van rekening de twee railrunner kaartjes al voor twee van de Daltons. Halfvol jongens, niet halfleeg.

Ondertussen groeit langzaam de spanning in mijn buik. Woensdag is nog maar drie nachtjes slapen. Maar dat is niet voor nu, eerst mijn mooie slideshow. Vergeet het volume niet, de iMac kent zijn sfeermuziek…

oktober 25, 2009 Posted by | Party of Five | , | 37 reacties

Geluk zit in een klein hoekje

Dat krijg je er nou van. Heb ik zoveel zitten te loggen over de knobbel in mijn tiet, dat ik helemaal vergeet op te scheppen over mijn kinderen. En nu heb ik zoveel om over op te scheppen, dat het bijna niet in één logje past.

Opscheppen over Oudste, dat hij al jaren zo hecht bevriend is met Buurjongen. Dat hij mij, en Buurjongen zijn moeder, zodanig om hun vinger hebben weten te winden dat Buurjongen mag blijven logeren nadat hij Feyenoord bleef kijken tot half 10. Ook al sta ik er alleen voor. Maar ze zijn zo dol op elkaar. En dat ik zo trots op hem ben, hoe lief hij is. Hoe gevoelig en verantwoordelijk.

Over Middelste, over het feit dat we beginnen te wennen aan het feit dat hij snugger is, net als zijn oudere broer. Dat we weer een bèta erbij hebben. Dat hij uit het niks zegt: “Een cirkel heeft keen kanten en geen hoeken. Een cirkel heeft eigenlijk helemaal niks. Een cirkel is gewoon ***schouderophalend*** rond.”

Dat hij zichzelf leert rekenen en de hele dag door sommetjes doet. Dat hij rekenspelletjes doet met zijn broer. Dat hij zijn broer vraagt hoeveel 10 plus tien is. En dat Oudste het antwoord oplepelt op zonder op te kijken van zijn DS. En hoeveel is 20 plus 20? En dit gaat zo door. Bij 160 plus 160 moet Oudste even nadenken. Middelste vindt het schitterend. Na een poosje zijn we beland bij: hoeveel is 640 plus 640. Oudste kijkt mij aan: “duizend en tweehonderd en tachtig. Maar ik weet niet hoe je dat noemt.”

Best ruw, zo’n kattentongetje over je neus.

En als we denken dat we alles hebben gehad, komt Jongste om de hoek kijken. Die de DS van zijn broer kan aanzetten en het fotoprogramma kan opstarten. En met zijn duimpje het touchscreen bewerkt. En foto’s van zichzelf maakt waar hij heel hard om moet lachen.

Maar toen kwam de klap op de vuurpijl. Ze waren uit logeren bij opa en Middelste wilde weten hoeveel treden de trap had. Toen zei Jongste met zijn heel sterke Koeterwaalse accent: “Achttien” Mijn vader en zijn vriendin keken elkaar aan. Zei hij dat nou echt? Het kind is 2 jaar en 2 maanden! Ze liepen de trap af en telden hardop de treden. En Middelste telde vrolijk van 1 tot 18.

We hebben ons al die tijd in de luren laten leggen door zijn Koeterwaalse accent. Maar we hebben er weer een snugger kind bij. Ik ga alvast sparen voor Harvard.

En van wie ze het hebben? Als je roept dat ze het vast en zeker niet van mij hebben, dan maak je me blij. Want dan hebben ze het van die andere man in mijn leven, de grootste Dalton. Mijn lief, mijn Manlief.

oktober 25, 2009 Posted by | Party of Five | , | 23 reacties

The morning after: bezinken, bijkomen…en bakken

Ik stond op met pijn in mijn Tiet. Kolere-radiologe. Maar mijn hoof is kalmer. Ik ben nog verdrietig, maar het stormt niet meer in mijn hoofd. De blinde paniek, de gierende angst, de knoop in mijn maag, is weg. De stilte in mijn hoofd nu is bijna oorverdovend. Eerlijk gezegd heeft het feit dat Jongste slaapt ook iets te maken met de oorverdovende stilte. Ik ben ook klaar met huilen voor vandaag. Voor deze week.

Ik sprak vandaag via via een oncologe en zij vertelde me dat als de uitslag van de MRI aanstaande woensdag niet goed is, ik dat op dat moment ter plaatse te horen krijg. Wachten met de uitslag is ongekend. Mijn afspraak op 19 november is een afspraak voor wat te doen met Knobbels in Tiet als het niet kwaadaardig is, is haar inschatting.

Gisteren, in de loop van de middag en avond begon ik voorzichtig te wennen aan het denken aan een mogelijke optie die ik nooit eerder als reële optie heb overwogen. Als ik er vanuit ga dat de uitslag goed zal wezen, neemt dit niet weg dat Tiet vol zit met dingen die er niet horen. En als ik die laat zitten, zal ik een echt kwaadaardig iets niet zo snel kunnen ontdekken in dat woud der knobbels. Ik kàn besluiten niet meer bang te zijn. Ik kàn besluiten dat 3 keer genoeg is geweest. Ik kàn besluiten dit niet meer mee te willen maken. De angst, de pijn, de slapenloze nachten. De stress, de bloeddruk, de aandacht die mijn man en kinderen moeten missen omdat ik er met mijn kop niet bij ben. Ik doe namelijk elke keer een flink jasje uit. Mijn kansen zijn al niet zo goed, poker-technisch gezien. Ik kan kiezen te passen. Welke keuze het wordt, weet ik nog lang niet. Maar het feit dat ik die optie überhaupt begin te overwegen, geeft me lucht. Ik heb tot 19 november om na te denken of ik een dergelijke optie wil aankaarten. En zo ja, hoe ik dat inkleed.

Maar vandaag was nog niet de dag om na te denken over een keuze. Vandaag was bezinken. Uithuilen, opstaan en overnieuw beginnen. Ik weet niet goed in welk stadium ik nu zit. Ik weet wel dat ik mijn tijd ga nemen. En vandaag wilde ik normaal doen. Normale mama-dingen. Ik was namelijk thuis met mijn Daltons. Mijn moeder kwam om me te helpen. Joost mag weten wat dit met haar doet. Vast verschrikkelijk veel, maar ik heb de ruimte, moed en reserve niet om het aan te kaarten. Ik heb geloof ik nog hulp nodig bij het opstaan (uithuilen?) gedeelte van uithuilen, opstaan en overnieuw beginnen, en ik ben nog niet in staat anderen iets te bieden.

Helemaal normaal doen lukte vandaag echter ook niet. We blijven Mama Repel en de Daltons, per slot van rekening. Vandaag was de laatste dag van “De Judo Driedaagse” van onze lokale judo-dealer deze herfstvakantie. Twee judoënde Daltons, twee verschillende tijden. Da’s vier keer halen-brengen, drie dagen lang. En als je dan ook nog zo stom bent om op het inschrijfstrookje “ja” aan te vinken voor de rol van Pannenkoeken-Bakkende-Judo-Ouder-Op-De-Spetterende-Slotdag, mag je tussen het halen-brengen door óók nog een pak pannenkoeken wegbakken. Gelukkig was oma er om te assisteren met halen-brengen, anders zou ik mezelf in drieën hebben moeten delen.|

1 kom beslag, 3 van de 5 pitten, 2 koekenpannen, 1 pan heet water met een bord plus deksel erop. En 1 Repel on a Role…take it away! Ik ga met IEDEREEN de discussie aan dat je op een keramische kookplaat geen fantastische pannenkoeken zou kunnen bakken. De pannen lopen uit fase, maar zonder zelfs te hoeven vloeken als Gordon Ramsy bak ik binnen en half uur het hele pak weg.

De Repel had eerder die ochtend bij de Xenos (aanrader voor Halloween artikelen!) muffin-spook-vormpjes gevonden. En Middelste zou Middelste niet zijn als hij naast Spookjes cakejes óók nog prinsessencakjes zou willen. Dus, wat koopt Repel? Juist ja.

Na de pannenkoeken zijn de muffins aan de beurt. Repel heur haar wordt hoe langer hoe vetter en de zweetkringen in de oksels van heur shirt slaan wit uit. De vlekken van beslag, boter en limonade zitten overal. Ik moet er vast heel charmant uit hebben gezien in combinatie met het gebrek aan slaap van de nacht ervoor. (Lees: wit bekkie met wallen.) Maar het boeit me niet. De Repel bakt.

Middelste doet de versieringen en ik vind persoonlijk dat hij het veel mooier heeft gemaakt dan het voorbeeld op de verpakking. Er moeten nu eenmaal 3 schoenen op 1 cakeje (die roze derrie op het cakeje op de onderste rij, tweede van rechts). Blijkbaar.

Mijn keuken wordt intensief gebruikt vandaag. Mijn moeder jast de piepers en ik was de verse spinazie. Hoe heerlijk om je bezig te houden met normale zaken! Dat zou ik elke dag wel kunnen…eitje.

Jammer dat ik kleine kinderen heb de kinderen geen salade lusten, anders had ik er een heerlijke salade van gemaakt. Nu was ik verplicht het tot moes te koken voor een gestampte Prut Met Jus (PMJ). Moet je kijken wat een zielig hoopje er over blijft van een schitterende zak verse blaadjes. Maar eerlijk is eerlijk: het was wel lekker, daar kan geen diepvries HAK tegenop. Martine Bijl of geen Martine Bijl.

De vaatwasser heeft twee keer gedraaid vandaag. Ik stink een uur in de wind. Ik ben afgepoekeld (dat is een alom bekend Repel-woord, het betekent iets in de zin van afgedraaid, moe, heb-ontspanning-nodig) en ik moet nog bij heul veul logjes reageren vanavond omdat ik zo verschrikkelijk ontroerd ben door de vele reacties, de kaartjes en de persoonlijke berichten van jullie allemaal.  Maar eerlijk is eerlijk jongens: die man met de hamer is zojuist binnengeslopen (hij heeft de sleutel)…en hij gaat zijn gelijk krijgen. Ik heb met hem nog nooit een discussie gewonnen. Reageren bij jullie doe ik wellicht morgen…of overmorgen.

Maar, voor dit bekkie, voor dit Middelste-Trots-Met-Eerste-Medaille-Ooit-Bekkie, had ik gisteren-plus-vandaag gerust 5 keer achter elkaar gedaan.

Hoe heerlijk om “gewoon” moeder te zijn. Met “gewone” kinderen waarmee ik “gewone” dingen kan doen.

oktober 21, 2009 Posted by | Repel | , | 22 reacties

Niet onverdeeld positief – nog niet klaar met 3 A.M.

Ik weet het niet. Ik weet niet zo goed wat ik nu moet voelen. Vanmorgen ben ik door de molen gegaan en hij zit vol met cystes en mastopathia’s, mijn borst. Bij elk onderzoekje kreeg ik een stukje uitslag, maar toen ik uiteindelijk na vele omzwervingen door het ziekenhuis weer bij de chirurg zat voor de laatste deel-uitslag en de volledige uitslag, zei ze: “We komen er niet uit.”

Er zitten twee grotere cystes die ik voel, maar er zitten er nog velen omheen. Kleinere, kleintjes en ini-minietjes. En er zitten dus ook kleine mastopathia’s. Dat heeft ook iets te maken met cystes en goedaardige borst-gezwellen. De radiologe wilde een cyste leegzuigen, maar ze kreeg hem niet te pakken; hij zat te los in het weefsel. Het kreng schoot continu voor de naald weg. Na een martelgang vn 20 minuten waarbij ik in mijn kussen heb gebeten en gejankt heb van de pijn gaf ze het op. Dit keer begreep ik wel dat ze het niet kon verdoven: ze moest vocht zoeken op het echo-apparaat en dan kan je geen vocht inspuiten. Maar ze had ook wat eerder kunnen stoppen, of zou ik dan gebaald hebben dat ze niet beter had geprobeerd?
Maar goed, dat wat ze te pakken had ging naar het lab. Maar dat bleek niet genoeg en niet het juiste weefsel.

“We komen er niet uit”, zei de chirurg dus even later. Volgende week staat er een MRI-scan op de agenda, die moet uitsluitsel geven. Grappig, ik heb mijn promotie-onderzoek uitgevoerd met het NMR-apparaat. Ik legde er polymeren en polyelectrolyten in. En nu mag ik er zelf in gaan liggen. Voor chemische stofjes heet het een NMR, en voor mensen de MRI. Dan zit de N van Nucleair er namelijk niet in, want dat vinden mensen eng.

Er was geen reden om aan te nemen dat het kanker is, zei ze, maar gezien mijn familiegeschiedenis en mijn leeftijd willen ze uitsluitsel. Maar de woorden ‘er is geen reden om aan te nemen’ is niet hetzelfde als ‘het is het niet’.  Ik weet niet hoe ik me moet voelen. Het is geen gezwel, het zijn maar cystes. Maar ik ben er nog niet. En die kolere-uitslag komt door een ongelukkige samenloop van agenda’s pas op 19 november.
En ik heb overigens ook nog niet gevraagd wat ze doen als er voor de rest niets aan de hand is en ik alleen maar een borst vol cystes hebt. Wat doe je daarmee? Doe je daar iets mee? Maar jongens, dat is van later zorg.

Ik voel me heel dubbel, maar een soort van opluchting speelt onder de oppervlakte toch een heel duidelijke boventoon. En daarom: moet je nou toch eens kijken hoe rete-goed ik ben in pompoenen uithollen en wat kan ik er mooie plaatjes van maken! Ik heb zeker een nieuwe lens!

oktober 20, 2009 Posted by | Repel | , | 29 reacties

Joepie de Poepie in het Drollenbosch

Ooievaar is een mooie naam als je kinderarts bent. Sterker nog, als je een afspraak hebt bij een kinderarts die Oooievaar heet, voel je je van te voren al een beetje in goeie handen. In het ziekenhuis arriveerden we bij de poli kindergeneeskunde en de wachtkamer was ingericht als ridderkasteel. Tot in de kleinste details. Waar ik ook keek, geen spoortje ziekenhuis, alleen maar ridderstoelen, kantelen en speelgoed. Héél veel speelgoed.

Ik riep onthutst: “Middelste, we zijn verdwaald!” Middelste keek me aan met een hint van echte ongerustheid. Ik ging door: “We moesten naar het ziekenhuis, maar we zitten in een kasteel!” Middelste begon zijn overheerlijke giegeltje te giegelen.

Deze veldslag had ik gewonnen. De dokter kwam ons halen. En op de kinderpoli lopen ze ‘in burger’, er is geen witte jas te zien. Pas toen Manlief me daar ’s avonds op wees bedacht ik me dat dat inderdaad apart was, ik had het me niet eens gerealiseerd. Ik ben namelijk in geest ook nog een kind. En oh, Meneer Ooievaar was tof. “Ik ben Middelste”, stapte mijn kleine zoon van (zoals ik inmiddels weet) 1,01 meter op hem af.

We zaten er omdat 6 weken laxeermiddel ons van de regen in de drup hadden geholpen. Na zes weken laxeermiddel is Middelste nog volhardender geworden in het ophouden van zijn poep. En wij vegen minimaal 1 keer per 5 minuten zijn lek-diaree schoon. Zijn en ons leven wordt gegijzeld door poep. Hij is in staat zijn poep 6 dagen op te houden ondanks dubbele doses laxeermiddel. Ergens is dat een prestatie. Maar hij is bang. Wij zijn bang. Hij is bang dat zijn buikje lek is. Wij zijn bang voor de wreedheid van kinderen en het gepest worden op school.

Omdat ik het verschijnsel lek-diaree niet kende is het probleem te lang onopgemerkt gebleven. Ik roep meer dan een jaar? Langer? Twee jaar? Ik dacht dat hij heel vaak kleine beetjes poepte. Maar Middelste heeft obstipatie. Al heel lang. Wie van ons kent het niet? Kinderen kiezen bij obstipatie voor de primaire oplossing: ophouden, al val je erbij neer. En dus zitten zijn darmen al heel erg lang tjokvol poep. Harde poep. Middelste heeft ook ontdekt inmiddels dat eten de darmen stimuleert en dat weinig eten net zo goed werkt als ophouden.

Deze vicieuze cirkel moet keihard worden onderbroken. Hij gaat aan hele zware laxeermiddelen. En als het eindelijk goed gaat moeten we vooral niet stoppen met de middelen: eerst moeten de darmen leeg, dan moet hij proefondervindelijk leren dat poepen niet pijn doet en dat ophouden geen zin heeft omdat je het niet op kan houden. En dat gedrag moet erin slijten over het oude ingesleten gedrag heen. En dat gaat tijd kosten. Geen kant en klare oplossing, maar we gaan een proces in. Maar we gaan richting oplossing.

En ondertussen hebben we een nieuw stickervel: Joepie de Poepie in het Drollenbosch. Dan mag hij plaatjes van dierenpoep plakken. Maar dat mag, zei Ooievaar heel streng, alléén maar als het poepen lekker was, als hij lekker heeft gepoept. Anders niet.

We moesten nog even (!) bloed laten prikken. Onder het kopje uitsluiten van lichamelijke oorzaken. Wijs geworden door het verleden heb ik vooraf om een verdovende pleister met lidocaïne gevraagd, deze moeder maakt deze fout maar 1 keer! En toen was het op naar de apotheek. Ooievaar had ons gewaarschuwd: als ze zeggen dat de dosis wel heel erg hoog is moet je zeggen “dat klopt”. Dus toen de, overigens uiterst klantvriendelijke en bekwame medewerker, me meldde dat ze deze dosis toch even moest overleggen met de apotheker zei ik haar dat ze ook even dokter Ooievaar kon bellen, want hij had me gezegd dat hij dat had voorzien.

Ze kwam even later terug: je krijgt de dosis, de apotheker hoorde de naam Ooievaar en ze zei dat dat de beste kinderarts is en zij vertrouwt hem blind. Geef maar mee die dosis. En oh ja, vanwege de vakantie krijgen we een medisch paspoort mee. Mochten we stranden om wat voor reden dan ook, hoef ik dit verhaal niet in het Frans te reproduceren!

Joepie de Poepie!

juli 27, 2009 Posted by | De Daltons | , , | 19 reacties

Hoe kunnen ze!

klik hier

december 16, 2008 Posted by | Beslommeringen, De Daltons | , | 3 reacties

10 kg TNT

Jongste gaat richting anderhalf jaar.  He’s come a long way.

Toen hij nog in mijn buik zat noemde ik hem Kruimeltje. Toen was hij al bijzonder. De zwangerschap dreigde mis te gaan met 22 weken, maar hij bleef toch bij me tot een veilige 39 weken. Het ging bij de bevalling weer bijna fout, maar hij redde het zonder schade.

Ik had eigenlijk toen al kunnen weten dat hij niet van beton  was, maar van TNT.

Kruimeltje is inmiddels geen Kruimeltje meer, maar een beertje van een slordige 10 à 11 kilo. En in werkelijkheid is hij 10 kilo TNT equivalent*.  Zijn explosieve lach is supersonisch en ligt boven de pijngrens. Hij kent geen angst en hij kent geen pijn en is bijna altijd vrolijk. En hij is beresterk. Hij krijgt kasten open en stoelen verschoven waar zijn oudere broers nog moeite mee hebben. Hij is van TNT.

*Voor de leken onder ons:  elk explosief wordt in de regel gerelateerd aan  TNT om een gevoel te krijgen voor de kracht ervan. Zoals je een auto uitdrukt in pk’s, zo druk je een explosief uit in TNT’s.

En nu is hij ziek. Voor de tweede keer in zijn leven. Ja, dat lees je goed: hij is pas voor de tweede keer in zijn leven ziek. TNT wordt namelijk niet ziek.  Maar nu zijn zijn ogen ontstoken en hij gloeit als een kacheltje. Er komt pus uit bijna alle gezichtsopeningen. Maar aan zijn humeur zal je het niet merken. Hij blijft lachen en stampen door de kamer. TNT krijg je niet ziek.

december 7, 2008 Posted by | Beslommeringen, De Daltons | , , | 10 reacties

Shaken, not stirred

Passing afternoon
(geluid aan, link aanklikken en dan terug naar de tab om te lezen)

De dagen vloeien in elkaar over.
De uren vloeien in elkaar over.

Het enige dat blijft is de pijn in het hoofd.
Een vuurbal in mijn hoofd. Een vuurbal met bokshandschoenen aan.

Liggen doet pijn in mijn hoofd. Maar niet liggen doet nog meer pijn in mijn hoofd.
Als ik wakker word duurt het zo’n 2 seconden….en oh, het is er nog, de pijn.

De kinderen maken lawaai, Manlief is vaak weg.
Als Manlief er is maken de kinderen ook lawaai, maar dan kan ik naar boven.
Even liggen. Even een slapen. Even donker.

Nu begint de pijnstiller weer te werken. Ik ben overmoedig.
Maar ik ben het zat, zo sinds vrijdagmiddag.
Vanavond betaal ik de prijs voor mijn concentratie om deze log te maken.
Maar vanavond ben ik niet alleen en kan ik bijkomen.
In het donker in de stilte.

Ik heb nóóit geweten dat een hersenschudding zoveel anders was dan hoofdpijn.

december 4, 2008 Posted by | Beslommeringen, Repel | | 5 reacties