Repel's Blog

De onnavolgbare Repel en haar vier Daltons

Expressief, extravert en intens in alles

Ik zeg wel eens dat Jongste een draak is vermomd in een velletje schattig. Maar daarmee sla ik de plank eigenlijk mis. In de eerste plaats zit er totaal geen kwaadaardigheid in hem, in die zin is hij sowieso geen draak. Wat hij wel is, is een ondeugd, een wildebras, een doerak; hij is ontzettend intens. Wat ik bedoel met ‘vermomd’, is dat hij zo’n engelachtig uiterlijk heeft, met grote blauwe ogen waarmee hij zo zoet kan kijken, zo zoet en zo vol onschuldige verbazing en liefheid. Maar dat jongetje met die blonde blonde haartjes en die grote zoete blauwe ogen, kan zich vervolgens met een luide kreet bovenop zijn broer storten, of ineens een grote sliding maken met ware doodsverachting. Hij is intens. Hij beleeft alles in zijn leven intens. En hij is expresssief. Hij danst, hij schreeuwt, hij springt. En hij is net zo extravert als zijn moeder.

Zo intens als hij ondeugend is, zo intens is hij ook in zijn liefde. Hij geeft hele grote knuffels, hele harde knuffels. Met heel veel intense liefde.
En zo intens als hij in zijn liefde uiten is, zo intens is hij ook in zijn woede. Hij kan schreeuwen van boosheid en volslagen door het lint gaan. Ook dat heeft hij van zijn moeder.
En zo intens als hij in zijn woede is, zo intens is hij als hij ziek is. Een jaar geleden werd hij heel erg ziek op Lanzarote en wij leerden toen dat een zieke Jongste een kind van de buitencategorie is.

Vannacht werd hij om half 2 ontroostbaar huilend wakker, roggelend en blaffend als een zeehond met keelpijn. En bij hem is er dan maar één optie: in bed nemen en troosten. De tijd van sommige onhoudbare opvoedkundige principes uit het pré-kinderen tijdperk, zijn bij ons allang ingehaald door de realiteit. Hij is namelijk ook ontzettend intens in zijn verdriet en hij is nog veel te jong om zichzelf daar uit te kunnen trekken. Maar vannacht werkte ook het bij ons in bed nemen niet. Manlief stuurde mij naar zolder omdat ik de volgende dag moest werken. Maar zelfs een verdieping hoger met oorproppen kon ik het intens verdrietige en pijnijke huilen nog horen. Ik liep weer terug naar onze slaapkamer en toen Jongste mij zag, strekte het papa’s kindje zijn armpjes en huilde: “mama!” Zijn expressie was zo duidelijk dat ik deed wat hij wilde: ik ging met hem naar beneden. Ik ging op de bank zitten, met mijn benen gestrekt op de bank en honderd kussens in mijn rug. Jongste lag als een kleine baby in mijn armen op mijn borst. Ik heb de wilgentakken met mini-lampjes aangedaan en voor de rest alles uit. Het was stil en schemerig en de kleine ledlampjes brandden zwak maar veilig. Er kwam eindelijk een eind aan het lange huilen. Alleen zo getroost in die houding viel hij in slaap. En du moment ik hem slapend neerlegde, werd hij weer huilend wakker. Het was geen ik-wil-mijn-zin-krijgen-huiltje, die huiltjes ken ik namelijk ook, het was een ik-heb-zo’n-pijn-en-ik-ben-zo-verdrie-hie-hie-hie-hie-tig-huiltje. Er was geen andere optie dan hem weer in mijn armen te nemen. Ik ben wakker gebleven tot het tijd was dat de rest wakker werd. Jongste heeft al die tijd in mijn armen geslapen.

Ik heb mijn werk ge-sms’t dat ik kapot was, vrij nam, naar bed ging. Ik heb niet eens hallo of goedemorgen gezegd tegen de andere Daltons.

En voor de toekomst hebben Manlief en ik uitdaging. Wij gaan dit mannetje moeten leren hoe hij moet leren leven met zijn intense emoties, zijn hele spectrum aan emoties. En dat kan nog best wel een aantal nachtjes slaap kosten.

december 4, 2009 Posted by | De Daltons | , , | 18 reacties