Dat kan je op je buik schrijven!

Mijn zus kan niet ouder zijn geweest dan 12 jaar toen mijn moeder tegen haar riep: “Dat kan je op je buik schrijven!
Het was het antwoord op de vraag: “Mag ik ook een glas Martini?”
Mijn zus pakte vervolgens een pen en schreef met hele grote letters ‘MARTINI’ op haar buik. Maar nog steeds kreeg ze geen glas Martini.

Ik kan met dikke permanent marker, met grote letters, de zinsnede “RUSTIGER VAARWATER” op mijn buik schrijven. Want ook dat ga ik niet krijgen.

Ik ga niet in detail terugblikken op deze oudejaarsdag, want 2009 was gewoon geen bijzonder jaar. Het was gewoon een jaar met hele hoge pieken en hele diepe dalen. Een jaar met heel veel geluk en heel veel verdriet. Een jaar met heel veel liefde en met afscheid nemen. Per saldo was 2009 geen slecht jaar, hoe woelig de wateren ook waren.
Maar ik ben eigenlijk de laatste jaren niet anders gewend van een jaargang. Ik heb er lang en diep over nagedacht. Ik weet niet of het nou komt omdat ik een gezin heb, of omdat het de tijd is waarin deze wereld leeft, of dat het mijn leeftijd is. Maar ik denk oprecht dat ik pas in rustiger vaarwater terecht zal komen zodra ik licht dementerend in het bejaardentehuis zit. Ik denk oprecht dat rustiger vaarwater tot die tijd niet meer bestaat.

En is dat erg? Ik weet het niet. Misschien niet. Waarschijnlijk niet. Want in woelige wateren leef je intens, sta je stil bij wat je hebt, waardeer je door het slechte het goede nog meer en valt er beterschap te halen en te beloven. En ik hou per slot van rekening ook van achtbanen.

Mijn enige goede voornemen: niet zeggen tweeduizendtien, maar consequent twintig-tien tegen het jaar dat gaat komen. Doen jullie mee?

Dit plaatje heeft helemaal niks met deze log te maken, maar het is wel een heel mooi plaatje.

Pas als

Pas als de kerstvieringen van school in de avonden zijn gevierd;
Pas als ik heb bijgeklept met Vriendin die langskomt;
Pas als wij uit eten zijn geweest voor ons jubileum;
Pas als Oudste en ik naar Feyenoord zijn geweest;
Pas als ik verkleed de kerstloop van 10,5 km heb gelopen;
Pas als ik heb geshopt voor een verjaardagskado voor Manlief;
Pas als er 3 strijken zijn weggestreken;
Pas als er 5 wassen zijn gedraaid;
Pas als er 10 wassen zijn opgevouwen en opgeborgen;
Pas als ik vrij heb van werk ergens eind volgende week;
Pas als De GRote Kerstboodschappen zijn gedaan;
Pas als ik mijn voorkant heb gevonden om te checken of ik van achteren nog leef…

Pas dan heb ik tijd om weer te loggen en te lezen. Tot die tijd is de log een weekje in winterslaap.
Welterusten. Het is ongelofelijk maar waar: De Repel heeft geen tijd voor haar log en haar medebloggers. De Repel heeft iets verkeerd aangepakt omtrent haar prioriteiten ;-)

Geplaatst in Beslommeringen, Repel. Categorie: . 18 Commentaar »

De Soap van mijn Borst: Een Nieuwe Invalshoek

Gisterochtend zat ik bij mijn huisarts. Ik wilde eens met hem praten over het hele verhaal. Ik ken hem al een jaar of 12 en er is sprake van enig vertrouwen. We kennen elkaar een beetje. Ik wilde weten wat hij persoonlijk, maar wel als medicus, van mijn time out vond. Als medicus die niet een specialist is.

Medisch gaf hij het me recht voor zijn raap: zijn persoonlijk advies was niet snijden, laten zitten. En mijn radicale oplossing was al helemaal geen optie voor hem. Dit zuiver op grond van de medische aard van de knobbels die er nu zitten. Die zijn het wegsnijden niet waard. Maar hij begreep wel dat het daar eigenlijk niet om gaat. Hij begreep dat de medische aard van het huidige probleem lang niet de lading van mijn probleem dekt.

Het gaat om het feit dat ik een verhoogde kans heb en dat het de derde keer is dat ik een knobbel voel. Het doet er niet toe dat het de eerste twee keren wel weggesneden moest worden ‘omdat het kwaadaardig kon worden’. Het doet er niet toe dat het deze keer het wegsnijden niet waard is. Het gaat er om dat, omdat ik een verhoogde kans heb, de bodem elke keer onder me vandaan wordt geslagen als ik een knobbel voel. Het gaat er om dat ik vrees voor mijn leven en voor mijn opgroeiende kinderen elke keer als ik een knobbel voel. Ooit als ik wat voel, kan het zomaar een slechte zijn. Het gaat om die angst in combinatie met de pech dat ik al drie keer aan de beurt ben geweest voor ‘onschuldige’  knobbels.
Het gaat om het feit dat ik elk jaar op controle moet. Het doet er niet toe dat het deze keer een veel voorkomende kwaal is. Het gaat om het feit dat ik, in tegenstelling tot vele anderen die dezelfde kwaal hebben,  elk jaar op controle moet ‘omdat ik een verhoogde kans heb’.
Het gaat om het feit dat ik overeind moet blijven omdat ik een groot gezin heb. En overeind blijven betekent ook emotioneel overeind blijven. Ik weet niet of ik een jaarlijkse controle aankan. Ik zie het al helemaal voor me: de twee weken voorafgaand aan de afspraak ben ik een stresskip en tijdens de 1, 2, 3 weken wachten op de uitslag ben ik een emotioneel wrak. Dan ben ik geen lieve Vrouwlief en dan ben ik een rotmama. Ik weet niet of ik dat aankan.

Mijn huisarts keek me aan en piekerde. Hij is een principiële man en een conservatieve arts. Maar hij zag mijn probleem. Hij zei: “jouw borsten zijn een last voor je geworden in plaats van een onderdeel van je lichaam.” Hij is tegen snijden: “wat nou als je volgende keer een uitslag ‘pap 2′ hebt? Wil je dan ook maar meteen gaan snijden?” (Ja maar, met pap 2 ben ik een gewone vrouw, met dezelfde eerlijke of oneerlijke kansen als de rest. Met mijn borsten hangt dat zwaard boven mijn hoofd.) Mijn arts had me begrepen en hij keek me aan en hij piekerde.

Hij zei na een paar minuten: “Je komt er niet automatisch voor in aanmerking, maar in dit geval ga ik mijn best voor je doen. Geef me een paar dagen en dan ga ik een afspraak bij genetica voor je proberen te regelen.”

Uiteraard zeggen genen ook niet alles, maar mijn probleem wordt voor een belangrijk deel door kans en statistiek beïnvloedt. Zou ik met knobbels kunnen leven als ik weet dat ik ‘die’  bewuste genen niet heb en mijn kansen bijna die van elke andere willekeurige vrouw zijn? Zou ik mijn knobbels als veel voorkomende kwaal kunnen zien? En wat betekent het eigenlijk precies voor de risico’s als het wel in de familie zit, maar niet genetisch? Daar kan die meneer van genetica mij vast wel een antwoord op geven. ik heb al een heel lijstje met vragen voor die meneer van de genetica.

Ladies and gentlemen: we got a loophole! ’s Avonds keek ik naar mezelf in de spiegel en de woorden van de huisarts echooden door mijn hoofd: ze zijn een last voor je geworden en niet meer een onderdeel van je lichaam. En ik keek met een nieuwe invalshoek naar mijn borsten. Wat nou als het gewoon borsten waren en geen gedoe?

De Mexicaanse griep rijdt niet stilletjes ons huisje voorbij

Morgen mogen, bij de gratie Klink’s, de kinderen van Repeldorp ingeënt worden tegen de Mexicaanse griep. Kleine correctie: alleen de kinderen tussen 0 en 5 mogen dat. De regio heeft het helemaal ordentelijk ingedeeld op durrup en gehucht en op leeftijd. En Repeldorp is morgen aan de beurt.

En analoog aan het ironische toeval dat Repel een knobbel in haar tiet ontdekt in oktober=borstkankermaand, zo werd Middelste vandaag geveld door de Mexicaanse griep. Precies één dag voor de inenting. Ik memoreerde al eerder: wij hier in huize Repel hebben gevoel voor timing.

Bij het opstaan scoorde Middelste al 39,5, rond het middaguur en 2 paracetamollen later scoorde hij 40. Dit alles ging gepaard met hoofdpijn en een droog hoestje. Hij lijkt wel een klassiek voorbeeld van de Mexicaanse. De Repel had vandaag dus een hotline met de dokterspost. Het liefst wilde ik antaflu, het liefst wilde ik een instantane oplossing, het liefst wilde ik de koninklijke behandeling. Maar zo werkt het niet voor ons stervelingen. Toch was een en ander wel verhelderend en denk ik dat er niks mis is met de wijze waarop er met Het Geval Middelste werd omgegaan vandaag. Hier een transcriptie (met dichterlijke vrijheid) van een van de gesprekken:

Ik: okay, het zal dan wel de Mexicaanse zijn, maar ik wil dat wel zeker weten. Als hij nìet de Mexicaanse heeft, wil ik -zodra hij koortsvrij is- de vaccinatie zo snel mogelijk halen. Anders zijn we mogelijk dubbel de lul. Als het wèl de Mexicaanse is, hoeft hij niet meer gevaccineerd te worden. Dus ik moet dat zo snel mogelijk weten, want morgen is Repeldorp al aan de beurt.
Andere kant van de lijn: we testen mensen met griep niet eens meer op de Mexicaanse griep, want 95% heeft de Mexicaanse. Het maakt niet uit: Hij heeft koorts dus hij mag geen prik, Mexicaans of niet. U moet morgen de GGD bellen om te zorgen dat hij later deze week de vaccinatie kan halen.
Ik: maar als hij nu de Mexicaanse heeft, hoeft hij niet meer te worden ingeënt.
Andere kant van de lijn: Als het de Mexicaanse is en hij heeft ‘m achter de rug, kan de vaccinatie geen kwaad: hij is al immuun. Als hij niet de Mexicaanse heeft moet hij de vaccinatie wel hebben.
Uiteraard heb ik ‘moet’ opgevat als ‘onze keuze’ en uiteraard heb ik de discussie ‘bijwerkingen’ en ‘middel eventueel erger dan de kwaal’ discussie al lang en breed op een eerder tijdstip intern gevoerd, daar ging vandaag niet om.
Ik: Tja. Het maakt dus eigenlijk niet uit of het de Mexicaanse is of niet.
Andere kant van de lijn: Nee, maar u weet wèl waar u op moet letten.


Andere kant van de lijn vervolgt: Maar houd u hem sowieso goed in de gaten! Hij is heel erg ziek en we moeten ons niet blind staren op griep. Let ook op zijn alertheid, op vlekjes, en stijfheid van de nek en dergelijke. De kans is dan wel groot dat de koorts komt van de griep, maar zet geen oogkleppen op!

Toen ze dat zei vielen mijn oogkleppen inderdaad op de grond. Wij houden ons kleine mannetje goed in de gaten. En omdat we van ons thuis geen ‘quarantaine zone’ kunnen, noch willen maken, mocht Middelste bij Oudste logeren. En Oudste las voor.

Over Goed, Over Aardig en Over Goedaardig.

Vanmorgen liep ik met gezwollen oogleden, gezwollen donkere wallen, bloeddoorlopen ogen en lood in mijn benen de wachtkamer in. Toen de verpleegkundige me haalde en me naar behandelkamer 3 leidde, zei ze me: “Ik zag je staan voor 19 november en vond dat niet goed. De uitslag is er al meid.” Toen herkende ik haar stem; zij was dus degene die me had gebeld. Zij was ook degene die me die eerste afspraak naar een behandelkamer van de chirurg had geleid.  En zij was dus degene die blijkbaar zo goochem was geweest om 1 en 1 bij elkaar op te tellen. Wat een bijzondere vrouw. Wat is ze goed in haar beroep.

Ik kan niet langer dan 3 minuten (180 seconden duren heul lang op zo’n moment) hebben zitten wachten in die kamer toen een chirurg van de mammapoli binnenkwam. Een andere dan de vorige keer. Een wat oudere vrouw. Ze had de deurknop nog in haar hand, ze had nauwelijks 1 stap in de kamer gezet toen ze zei: “De uitslag is goed, laten we dat eerst heel snel gemeld hebben.” Ik barstte in huilen uit. Ze zei: “Je hebt flinke pech gehad dat het bij het eerste onderzoek niet lukte en dat je voor de MRI moest. Je hebt lang moeten wachten. Maar waarom ben je hier alleen gekomen?” Ik stamelde terug dat Manlief thuis was met jongste, dat ik dit liever alleen doe en om het even alleen op me in laten werken en dat ik dan héél hard naar huis wil fietsen naar Manlief. Zo zit ik in elkaar. Ik heb altijd het gevoel dat ik de ander moet entertainen als er iemand bij me is, dat ik voor de ander moet zorgen. Als ik alleen ben, zorg ik voor mezelf. Ze memoreerde aan het feit dat dit de derde keer was en ze zei: “Hij doet eigenlijk niet goed mee hè, hij is een beetje een spelbreker.” Ze bleef stil staan bij mijn gevoel, ze was goed en ze was aardig. En de mastopathia in mijn borst zijn goedaardig.

En nu?

We kunnen het laten zitten, maar dan moet ik onder controle blijven. Niet met elk jaar een foto, want op mijn leeftijd krijg ik dan teveel straling voor mijn donder. Gezien mijn kansen op het krijgen van kanker is dat geen goed idee. Dus elk jaar een echo. Maar ik heb er last van, dus ik wil het weg hebben. Wat ik niet zei was dat ik ook de angst beu ben. En dat elke keer controle teveel stress gaat opleveren. En ik wil geen knobbels in mijn tiet die om kunnen slaan van happy smileys naar boze smileys. Ik zei het niet, maar ze zag het in mijn blik. Toen zei ze dit:

“We nemen een time-out van 3 maanden. De knobbels krijgen een andere lading in je hoofd als je weet dat het goedaardig is. Neem daar nu de tijd voor. Ga naar het strand, ga schreeuwen tegen de wind en laat het even helemaal los. We weten van mastopathia dat ze gevoelig zijn voor stress. Neem even afstand. als je er over drie maanden nog last van hebt kunnen we alsnog het besluit nemen.”

Ik was het helemaal met haar eens en vond 3 maanden time-out een goed idee.

Ze vroeg of ik nog een glaasje water wilde. Maar ik zei dat ik liever even heel hard naar huis wilde fietsen. Toen ik haar hand schudde en naar haar keek zag ik pas de roze pink ribbon speld op haar witte doktersjas. Goed en aardig. Goedaardig.

Lieve Tiet

Lieve Tiet,

Ik wil je graag mijn excuses aanbieden, ik hoop dat je ze wilt accepteren. Weet je, Tiet, ik ben al heel veel jaren heel erg boos op je, want ik zie er anders uit omdat ik twee keer ben geopereerd aan jou. En ik gaf altijd jou de schuld. En nu, voor de derde keer in mijn leven ben ik verschrikkelijk bang vanwege jou. Maar ik besefte vandaag dat jij er ook niks aan kan doen, Tiet. Ik moet boos zijn op Foute Cellen, niet op jou. Jij ziet er niet uit en binnenkort wellicht nog minder. Maar da’s ook erg voor jou.

In ieder geval, Tiet. Wat er ook loos is, ik vermoed dat wat er ook zit, het niet zal mogen blijven zitten. Dus Tiet, wellicht gaan ze weer in je snijden. We gaan er dan weer anders uitzien. Jij, ik en andere Tiet. Ik  ga niet uit van het slechtste, want het is nu niet 3 uur ’s nachts, maar heel wellicht, wellicht Tiet, moeten we afscheid van elkaar nemen. Ooit. Maar niet nu, Tiet.

Tiet, ik keek vandaag in de spiegel naar jou en naar mij en ik vond je eigenlijk best heel mooi. Eigenlijk zit het wel snor tussen jou en mij. Andere Tiet is sowieso okay met alles, dus dat is geen probleem. We gaan met z’n drietjes 90 worden, jj en ik en andere Tiet. Okay? Wij drie Musketiers wij?

Excuses aanvaard?

Liefs,

Repel

Repelbos maakt meer goed dan een knobbeltje kapot kan maken…

Je moet wat, als je in het vagevuur verkeert.

De Repel kan er niet van slapen en verkent in plaats van haar matras de (on)mogelijkheden van haar iMac. En ‘Knobbel In Tiet’ (mijn KIT, vanaf heden) of niet: ze kan een slideshow op YouTube zetten! Ta-taaaa…

In het echie zijn de foto’s mooier, scherper, en meer zonovergoten;
Op deze wijze houdt Repel ‘Het Lange Wachten’ wel vol;
Bij deze is de term “Repelbos” een feit, gedeponeerd, patent pending, bij wijze;
De Pan van Persijn is voor altijd Repelbos;
Van mij en mijn alleen…noem het…Mijn Mordor…

MAESTRO! MUSICA PER FAVORE:

“REPELBOS IN DE HERFST”!

(je hebt begrepen dat je geluid aan moet zeten?)

Geplaatst in Beslommeringen, Repel. Categorie: . 19 Commentaar »

3 A.M.

Om drie uur ’s nachts lijkt de waarheid zo anders dan om acht uur ’s ochtends. De wereld is heel anders om drie uur ’s nachts. Angsten zijn groter, inschattingen zijn anders en doom-scenario’s lijken om drie uur ’s nachts veel reëler dan om acht uur ’s ochtends.

Om acht uur ’s ochtends houd ik mezelf voor dat het een verstopte klier kan zijn, of een vetbultje. Maar om drie uur ’s nachts lijkt het zomaar plausibel dat het een uitzaaiing is van een heel groot gezwel in mijn darmen of zo. Het slaat nergens op. En om drie uur ’s nachts kan je jezelf ook niet vertellen dat de wereld er de volgende ochtend een stuk zonniger uitziet, want om drie uur ’s nachts geloof je dat niet. Die zon komt waarschijnlijk niet eens op, dat is wat je om drie uur ’s nachts denkt.

Maar ook om acht uur ’s ochtends zit die knot in mijn maag. Ik heb de hele dag een gejaagd gevoel. Alsof er iets is. Maar er is natuurlijk ook iets. Ik heb onder normale omstandigheden al geen geduld, en nu al helemaal niet. Ik zit mezelf vreselijk in de weg.

Ik ben nu heel blij met mijn nieuwe fietsje. Gisteren ben ik tegen de storm in naar huis gefietst. Met het snot uit mijn neus over mijn wangen beuken tegen die wind. Die wind had het allemaal gedaan en ik zou hem krijgen ook. En ’s avonds was mijn pakje van de H&M gearriveerd. Het zat allemaal als gegoten. Chique de friemel, dat grijze kokerrokje met zwarte hoge hakken. De broek was ronduit sexy. Ik keek in de spiegel en voor het eerst in heel lange tijd was ik tevreden met mijn spiegelbeeld. Dat zijn deze dagen toch een beetje de krenten in de pap.

Maar die kick is weer weg en ik voel die put weer in mijn maag. En het is niet eens drie uur ’s nachts. Zometeen als Oudste met papa thuiskomt (hij heeft gescoord!) ga ik maar lopen. Tien kilometer rennen, tot ik buiten adem ben en mijn spieren kapot en mijn hoofd op standje blanco.

Drie uur vannacht is vroeg genoeg om me weer zorgen te maken………….

Geplaatst in Beslommeringen, Repel. Categorie: . 23 Commentaar »

De Repel heeft gevoel voor timing

Je kan veel van me zeggen, maar ik heb een perfect gevoel voor timing. Het is oktober. En als je dan toch een knobbeltje in je borst gaat ontdekken, dan kan je dat maar beter in oktober=borstkankermaand doen. Niewaar?

Voor de derde keer in mijn leven zit er een knobbel en voor de derde keer in mijn leven mag ik voor de complete riedel naar het ziekenhuis. Oh, ik zie nu al uit naar de memmenpletter, naar de echo en naar de niet-verdoofde punctie. Pas volgende week is er plek, het moet niet gekker worden. Maar ik ga er blind van uit dat het voor de derde keer in mijn leven goedaardig zal zijn, al heeft the pit in my stomach er een andere mening over. (En ik denk er boos achteraan dat als dit zo doorgaat, er niks van mijn tiet overblijft.)

Het maakt andere problemen wel relatief. Dat er vannacht twee fietsen uit onze tuin zijn gestolen inclusief mijn nieuwe dure fietstassen, dat het opzetstuk van het kinderstoeltje aan een frame zat waardoor we de hele stoel weg kunnen gooien, zal me even worst wezen. Ik ga een nieuwe fiets kopen. Morgen. Want ik vermoed dat mijn benen kapot trappen en de longen uit mijn lijf fietsen met tegenwind op weg naar werk iets is dat ik heel hard nodig ga hebben in aanloop naar de afspraak.

De Repel huichelt niet. Even geen verhalen over mijn bloedjes van kinderen. De Repel baalt. De Repel is bang en De Repel is boos. Maar de Repel is met name bang.

De Repel heeft een hele grote pompoen van 9,5 kg (ik heb ‘m gewogen) en daar gaat ze in de komende avonden in hakken. Met hele grote messen. En als de uitslag gunstig is, is de uitgesneden pompoen voor Halloween het onderwerp van mijn eerstvolgende logje. Dat zal dan wel zoiets gaan heten als “Kijk eens hoe goed en geweldig ik dingen kan maken”. En als de uitslag anders is, komt er een heel ander logje. Maar de uitslag zal niet anders zijn.

pompoen

Niet, nee, niks, nada, noppes.

Donderdag zat ik op werk toen Manlief mij belde: ze moesten stand-by staan voor Indonesië. Er was wat e-mail verkeer geweest en men hield rekening met de mogelijkheid dat USAR.nl zou kunnen worden ingezet. Elke vezel van Repel stond dus ook stand-by. Ik stond er niet bij te juichen; het vooruitzicht dat hij voor 9 of 10 dagen weg zou zijn in een gebied met naschokken midden tussen de half neergestorte gebouwen. Op mijn werk zou het ook bagger uitkomen. Maar die duizenden mensen onder het puin juichen ook niet. En Manlief, die opgeleid is, en klaar staat voor een moment als dit, staat er ook niet bij te juichen als hij niet mag.

Dus toen USAR.nl uiteindelijk niet bleek te gaan was ik gek genoeg niet zuiver opgelucht. Ergens baalde ik voor Manlief. En ik baal voor die duizenden mensen in nood. Maar ik snap het wel: Australië heeft ook hele goede USAR teams en laten we eerlijk wezen; die zitten iets dichter in de buurt.

Ik fietste donderdag dus naar huis in de illusie dat we samen zouden zijn. Maar halverwege de rit kreeg ik een telefoontje dat Manlief was opgepiept voor werk. Grote brand in Repelbuurdorp, of ik even wilde doortrappen. De Repel zat die avond dus enigszins teleurgesteld alleen House te kijken. Repelbuurdorp is dan wel dichterbij dan Indonesië, maar toch.

Vrijdagavond was Manlief stappen. Omdat hij het hele weekend ook weg zou zijn (zie hieronder) had ik er een mening over. Maar hoewel De Repel voor een heleboel dingen kan gaan liggen is 2 oktober niet een van die dingen. Manlief was dus weg. Ik had blijer voor hem kunnen zijn, maar dat was ik niet.

Vandaag was Oudste Pupil van de Week: hij mocht bij heren 1 de bal aftrappen en dribbelen naar doel. Uit honderden pupillen die de vereniging rijk is, was zijn naam uit de Hoge Hoed gekomen. Hij mocht meedoen met de warming-up en hij zou een heuse beker krijgen. En hij mocht de hele wedstrijd volgen vanuit de dugout. Helemaal top dus. Maar het weer was dusdanig dat niemand het zag ziten de twee jongste Daltons te laten verpieteren in dat gure weer….dus ik bleef thuis met die andere twee. We hadden kunnen wisselen, Manlief en ik, ‘tuurlijk, maar voetbal is nu eenmaal toch een beetje een mannending. Toen we nog geen kinderen hadden mijmerde Manlief al dat áls hij ooit een jongen kreeg, dán zou hij…Nou ja, dit was dus zo’n moment. Maar ik heb Oudste niet gezien in zijn moment of glory. En nu zijn ze naar Feyenoord en ik niet. Ik voel me een beetje de oppas, terwijl ik weer alleen achter de compu zit.

Morgen gaan Manlief en de oudste twee naar een pretpark. Er waren 6 vrijkaartjes. En er zijn 2 dochters met elk 3 kinderen waarvan de jongsten van beide kanten te jong zijn voor het pretpark. En omdat Zus en ik op dit moment niet helemaal lekker liggen had Sister Dearest er een mening over dat ik een kaartje voor mezelf bij zou kopen en ook zou gaan. Nou joh, weet je wat, dan ga ik niet. Dan gaat Manlief. Ik ga niet over de ruggen van mijn kinderen mijn gelijk halen. ‘Tuurlijk hadden Manlief en ik kunnen wisselen, maar als ik zou gaan en haar zou zien, zouden de kinderen, noch mijn vader, noch ikzelf een fijne dag hebben. Laat hen in ieder geval lekker lol hebben. Ik ga wel met Jongste naar het bos. Repelbos moet me gemist hebben.

Zennnnnnnn…..en de eer aan mezelf.

Maar het weekend is verdomd stil en alleen. En dit heb ik allemaal moeten missen.

De ooievaar is nog niet tevreden

Alle gekheid en Louboutins op een stokje. Een ander geluid.

Wij hadden eerder deze week een afspraak bij de kinderdokter met de mooiste naam van Nederland. Zo ongerust en radeloos als ik er met Middelste naartoe ging in juli, zo opgetogen en blij ging ik er nu naartoe. Ik was helemaal in de kijk eens hoe goed het gaat stemming: hij poept op de wc! En belangrijker: hij is niet meer bang, het doet geen pijn meer en hij zit niet meer verstopt! Ja okay, het ‘foute gedrag’ zit er wel erg diep in. Als hij achter de wii zit te Mario karten, zie ik hem soms springen en huppelen en als ik dan vraag of hij moet poepen roept hij ja. Maar dan moet ik hem echt even aansporen om ook daadwerkelijk te gaan. En op school heeft hij nog nooit gepoept, maar dat kan toeval zijn. Toch?

De pen van dokter Ooievaar stopte met schrijven en hij keek me over zijn bril aan met een opgetrokken wenkbrauw. Wat is het eigenlijk een lekker ding, dacht ik toen, in mijn lyrische stemming. Maar dokter Ooievaar was nog niet tevreden. Semi-streng sprak hij Middelste aan. De wii moest op pauze, bla-bla-bla, hij mag het niet ophouden yah-di-yah-di-yah-di. Tegen mij zei hij dat we in december terug moeten komen en als er dan nog steeds van die tekenen waren….en toen vielen de woorden psycholoog en zindelijkheidstraining. En toen vond ik hem ook subiet geen lekker ding meer.

Een beetje beduusd liep ik met Middelste èn prinsessenballon het ziekenhuis uit. Ja maar, het gaat toch goed?  Hij zit koud twee weken op school en het is in al die tijd nul keer misgegaan! En de poep is dankzij de medicijnen zo dun dat hij het niet een hele ochtend kàn ophouden, dat was nou juist the point, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen. Hooguit vijf minuten bij het wii‘en, meer niet. En dat is niet goed, okay, maar we zijn zeggen en schrijven pas zes weken bezig om gedrag dat zich in twee jaar heeft ontwikkeld terug te draaien. En ik vind dat hij het verschrikkelijk goed doet.

Pokke-ooievaar. Hij is vast een hele goeie dokter die het goed in de gaten wil houden en die veel ervaring heeft met dit probleem (wat wij, eerlijk is eerlijk, al die jaren niet onderkend hebben) en hij kent vast alle gevaren en symptomen en hij heeft ongetwijfeld in ieder geval een beetje gelijk. Maar ik was lyrisch en blij toen ik het ziekenhuis inliep, en toen ik het ziekenhuis uitliep vond ik hem een pokke-ooievaar.

Toen ik Middelste naar school bracht moest ik nog even zwaaien bij het raam. Maar toen ik bij dat raam stond zag hij mij niet meer. Hij zat in zijn boekje. Kijk hem zitten (een foto nemen door glas wordt technisch gezien nooit mooi, maar sfeer-technisch gezien wel). En weet je wat? Ik ben nog steeds trots en superblij met mijn nieuwe mannetje. Het nieuwe mannetje dat ik ergens deze zomer heb gekregen. En ik vind nog steeds dat hij het verschrikkelijk goed doet!

Franse beslommeringen op een dimanche

’s Ochtends loop ik naar het winkeltje op het park en haal ik de dagelijkse bestelling brood. Vier croissantjes en een heerlijk soort bruin brood waar ik de naam niet van ken. Het brood is iets dikker dan een baquette en heeft een heerlijke knapperige korst. Als ik het brood haal is het nog warm, zo vers is het.

Het winkeltje wordt gerund door twee oudere Nederlandse heren die zo sjachereinig zijn als ik weet niet wat. Er kan geen goedemorgen vamaf en geglimlacht hebben ze denk ik voor het laatst in de jaren zestig.  Onderling hebben we wel een grappige band. Het is net een stel dat al veertig jaar getrouwd is. Ik noem ze dus Statler en Waldorf, deze mopperkonten.

Vandaag wilden we eens niet starten met het zwembad en we reden naar dorpje in de buurt. Winkeltje in, winkeltje uit, beetje kijken hier en daar en vlak voor de lunch weer terug. Ongeveer tien minuten voordat we arriveren begint Oudste te klagen over zijn keel en buik en hij denkt dat hij moet overgeven. Thuis zakt hij als een dood vogeltje in elkaar. Wij denken dat hij verschrikkelijk wagenziek is en stront- en strontmisselijk is en de gedachte dat hij echt ziek kan worden drukken we heel hard weg. Het enige waar hij zich zorgen om maakt is of hij wel beter genoeg is om voetbal te kijken in de bar vanmiddag.

Langzaam, maar heel gestaag knapt hij op en we gaan zo lekker lunchen…Oudste zal vast opgeknapt zijn tegen de tijd dat voetbal begint.

Een vrolijk logje

Ik heb een mooi leven. Ik heb een goed leven.

Nu had de eerste helft van 2009 best wat nare verrassingen voor me in petto. Mijn soulmate-huisdier is overleden, dat is niet fijn nee. Ik ben een vriend kwijtgeraakt, dat is niet fijn nee. Ik heb mot met een familielid waarbij ik twijfel of, en zo ja op welke termijn dit ooit nog goed komt. Dat is ook niet fijn, nee. En we hebben zorgen gehad en nog steeds hebben we zorgen rond Middelste. Dat is niet fijn nee.

Maar aan de andere kant….als dit alles is kan ik het makkelijk handelen en heb ik nog steeds mazzel in het leven. Want ik heb de beste Manlief van de wereld (en dat is zuiver objectief mensen), ik heb drie hele lieve, grappige en mooie slimme kinderen waarvan de middelste al drie keer op het potje is geweest vandaag uit zichzelf, en ik heb de beste baan ter wereld met topcollega’s en ik heb hele lieve vrienden die ik al decennia heb zonder er ooit mot mee te hebben gehad en ik heb een boel familieleden waarmee ik prima door een deur kan. Ik heb 4 schitterende poezels waar we allemaal gek mee zijn. Ik heb een camera met een nieuwe lens (had ik al gezegd dat ik een nieuwe lens had?) Ik heb gelijnd en ik ben mijn babyvet kwijt. Ik ben weer wat ik was in mijn pré-zwangerschappentijd. Joehoe, wie had gedacht dat dat ooit nog mogelijk was. Ik ben geen zwangere moeke meer, ik ben de stoere moeder van drie Daltons.

Manlief en ik hebben dromen voor de toekomst. We hebben mooie plannen voor de komende 5 jaar. Dat logje komt later wel. Wij hebben een mooie toekomst samen.

En ik heb vakantie. Ik heb vrij en ik heb drie hele weken vakantie. Even een paar daagjes om thuis bij te komen (lees: wassen, strijken, koffers pakken) en dan gaan we richting la douce France.

Het glas is halfvol, maar als je onder een bepaalde hoek kijkt is mijn glas driekwart vol. Dat gezegd hebbende ga ik nu een groot glas rode wijn inschenken. Proost.

Moed houden

Ik moet moed houden, maar het is lastig. Het gaat nog steeds niet lekker. Na twee dagen “zakjes”  (de laxeermiddelen) had Middelste nog steeds niet gepoept. Dus toen moesten we naar het ziekenhuis voor een klysma want die darmen moesten leeg. Ik kon geen vrij nemen van werk en zat me op afstand zorgen te maken. Wat doen we hem aan? Een kind van 4 een klysma geven…wat een marteling. Later kwam de poep op gang en bleef het met regelmaat komen. Precies zoals de dokter voorschreef zachte poep die hij niet tegen kan houden. Maar als hij in zijn blootje loopt laat hij het gewoon lopen en als hij een onderbroek aanheeft poept hij in zijn broek zonder iets te zeggen. Hij schreeuwt nog steeds moord en brand als wij hem op de wc zetten. Ik weet dat je na 2 dagen het oude gedrag er nog niet uit kan hebben, maar ik ben zo moedeloos inmiddels. Mijn leven wordt nog steeds gegijzeld door poep. Met vlagen voel ik een verslagenheid opkomen: dit komt nooit goed! Hoe moet dat nou met school?

Dus dan maar focussen op leuke dingen, anders word ik echt gek. Toen zijn we maar cakejes gaan bakken en Middelste koos zelf de versiering uit. Princessenversiering.

Vergeet ik toch nog helemaal je te vertellen….

De dag dat we de 4e verjaardag van Middelste 4den op de 4e , hadden we nog ‘gedoe’. En het ‘gedoe’ was gisteren pas opgelost.

Ongeveer een uur voordat de visite kwam en ik voor een half maandsalaris aan proviand had ingeslagen (sfeerbeeld voor mijn stressniveau) belde Opgeschoten Overbuurjongen aan: we hebben je auto aangereden.

Er zijn mensen die stressbestendiger zijn dan ik. Wellicht is iedereen stressbestendiger dan ik, dus je kan gevoegelijk stellen dat deze zin voldoende was op dat tijdstip op die dag om mij te doen flippen. Manlief is mijn tegenpool in een aantal -voor ons gezinsleven gunstige- karaktertrekken, en stress komt in zijn vocabulaire niet voor. “Rustig, Repel…”, gebiedde hij mij met strenge blik en hij ging kijken.

Wat hij aantrof was een andere vrouw die nog meer uit haar plaat aan het gaan was dan ik (jawel, het is mogelijk). De jongedame in kwestie was de vriendin van Opgeschoten Overbuurjongen die nèt haar rijbewijs had gehaald. En ze reed in een proefrit met een auto van de garage en is daarmee tegen onze geparkeerde auto aangeknald.

Ze stond volledig overstuur te roepen dat ze nóóit meer in een auto zou stappen en dat ze nóóit meer…..nou ja, you get the picture. Manlief, och wat is hij lief, keek naar de deuk in zijn zo geliefde Smart en stelde haar gerust. Joh, dit gebeurt iedereen, gewoon direct weer in de auto stappen, dit gebeurt iedereen, meissie maak je niet druk, de garage is verzekerd….Kortom: hij zei alles wat je als oversture vrouw graag wilt horen.

Met de visite die elk moment kon komen moesten er schadeformulieren worden ingevuld, ritjes naar de garage worden gemaakt en telefoontjes worden gepleegd. En Manlief zorgde ervoor dat de Repel niet in de stress schoot.

Een dag later stond Opgeschoten Overbuurjongen op de stoep met een grote bos bloemen. Lief toch?

En toen ik deze maandagmorgen extra vroeg op werk moest zijn vroeg ik Manlief of hij eerder weg kon uit de dienst. Hij moest er al om half 8 zijn zodat ik naar werk kon. Hij kwam aan om half 8, stipt. Hij had de Smart al bij de garage gezet want de bestelde bumper was binnen. Hij was naar huis komen lopen. Had ik al gezegd dat Manlief geen stress kent en lief is?

En sinds gisteren staat hij weer voor de deur, de Smart. Met een nieuwe bumper met een heel klein kleurverschil. Ik heb er een mening over maar Manlief haalt zijn schouders op.

Wij matchen goed, Manlied en de Repel. En van Corine heb ik geleerd utkomtgoedutkomtgoedutkomtgoed.

Ook klein kinderleed dit weekend

Ik was niet de enige. Ook Oudste had een zwaar weekend: buurjongen vertrok voor een vakantie van twee weken. De heren zijn twee weken gescheiden van elkaar en dat is bijna onverteerbaar. Ik zeg het het wel vaker: joined at the hip, die twee.

Nog even lol voor vertrek, maar even later wordt er toch echt met heel veel tranen afscheid genomen. Oudste leek bijna ontroostbaar.

Kwetsen voor gevorderden

Manlief zegt dat het niet zo is. En rationeel zie ik wel dat hij en punt heeft, maar ik voel het niet zo. Ik heb het niet over ons hoor, geen paniek. Het gaat om iets anders. Ik ben gekwetst, ik voel me gekwetst. En dan doe ik waar ik heel goed in ben. Dan haal ik uit. En hard. Ik hou namelijk niet van me gekwetst voelen, ik weet niet goed hoe ik daarmee moet omgaan. Het is dan een veel beter idee om dan maar uit te halen. Toch? Tsja. En dan maak ik veel kapot. Daar ben ik wel goed in.

En nu, een dag later heb ik bereikt wat ik wilde door uit te halen. Namelijk proberen terug te kwetsen. Het is vast gelukt. And guess what. Ik voel me er niet beter door. Ik voel me nog steeds gekwetst. En dat de ander (waarschijnlijk) niet de intentie had om me te kwetsen maakt niet uit. Mijn intentie was het wel. En het heeft geen sikkepit geholpen. Ik voel me nog steeds gekwetst en heb daarbij verdriet door wat ik heb weggejaagd.

Ondanks alles houdt Manlief van me. Daar begrijp ik niet zoveel van. Maar hij doet het wel. En dat maakt dat ik vandaag niet alleen maar onder de dekens wilde blijven liggen. Hij en de jongens waren een lichtpuntje in deze zwarte dag.

Dat, en het kopen van heel veel kleren. Ik kan namelijk niet zo goed omgaan met me gekwetst voelen. Dan haal ik uit en dan ga ik ook heel veel geld uitgeven. Daar werd ik dan wel weer een klein beetje blij van. Van mijn nieuwe broek en mijn nieuwe jurkje.

Ondanks alles wel genoten van het bowlen vanmiddag. Let even op de schitterende goot-bal mensen. Het is een kunst.

Geplaatst in Beslommeringen, Repel. Categorie: . 13 Commentaar »

Een shitlogje

Excuses alvast, dit logje gaat alleen maar over poep. Over stront. Over diarree en obstipatie. Degene die dus nu iets zit te eten kan nog wegklikken.

Middelste wil maar niet zindelijk worden. Het poepen wilde niet lukken. En als hij dan toch een luier aanhad, kon hij ook die plasjes net zo goed laten lopen in die luier. Lekker warm, niewaar? Wij kwamen er helaas voor hem te laat achter dat al die bruine inimini beetjes elke keer lekdiarree was. Hij zat vreselijk verstopt en de diarree lekte langs die prop en zonder er zelf iets aan te kunnen doen lekte dat zijn onderbroekje in. En die prop deed pijn en poepen werd eng.

En wij zagen school aankomen. Met een juf die naar huis belt dat we ‘m moeten komen halen omdat hij weer in zijn broek heeft gepoept. En kinderen die hem gaan uitlachen. En we raakten gefrustreerd en reageerden verkeerd. Natuurlijk is het luiigheid van hem als hij geen zin heeft om de tijd te nemen te plassen en zijn plas laat lopen over de stoel als hij achter de iMac zit. En natuurlijk moet hij het vertellen als hij in zijn broek heeft gepoept voordat het zo hard is aangekoekt dat het eraf boenen pijn doet. Maar wij hebben gefoeterd op hem. Wij zijn heel boos op hem geweest. Uit frustratie. En natuurlijk weten we dat dat fout is. Sterker nog, dat het alleen maar contraproductief werkt. Dat het het probleem groter maakt. Maar het kind is vier, riepen we dan radeloos. En hij zit al meer dan een week aan de medicijnen, het moet nu toch eens goed gaan?

Gisteravond hadden we voor de derde keer in zijn leven een toevalstreffer. Er lag een vreselijk grote drol in het potje. Een drol van 5 dagen ophouden. En wéér hebben we hem de hemel in geprezen. Maar ’s avonds ben ik ook wéér achter het internet gekropen om wéér alles te lezen. Maar gisteravond stuitte ik op een aantal documenten die ik nog niet  had gezien en ik heb weer nieuwe dingen geleerd. En ik heb nu de motivatie om niet boos op hem te worden. Ik geloof dat ik hem snap. Ik geloof dat ik het snap.

Eerst de psycholoog, nu dit. Eindelijk begin ik mijn Middelste aardig in de smiezen te krijgen. En dat is een fijn gevoel. En vandaag verwacht ik heus nog wel 5 onderbroekjes met stukjes drol te moeten uitwassen, maar aan het eind van de vakantie geef ik hem en mezelf  een redelijke kans.

Ik HAAT de brandweer

Update: HIEPERDEPIEP HOERA!!!

Middelste is 4!!!!

…en het is half 10 en Manlief is nog thuis…
…wijze lessen uit het verleden hebben mij geleerd…
…dat ik hem zo snel mogelijk vol bier moet gooien!

Morgen wordt Middelste op de 4de 4 jaar oud en dat gaan we 4en.

Waren het niet dat…

…de roostermaker van de brandweer was vergeten Manlief vrij te roosteren op zijn dienstdag morgen

…Manlief dat op het laatste nippertje alsnog wist te regelen; hij zou tweede reserve zijn

…zonder zieken zou hij zeker vrij zijn

…er zijn inderdaad geen zieken

…maar er was gisteren wel een über-belachelijk-over-the-top-actief-macho-wij-kunnen-alles-teamuitje

…er zijn dus vandaag een heleboel geblesseerden

…kortom:

De kans is groot dan Manlief morgen moet werken.

Ik mag wellicht morgen in mijn eentje het grote feestje gaan doen. Inclusief alle boodschappen die nog gehaald moeten worden.

Op zaterdag in de supermarkt alleen met drie kinderen.

En ’s middags mag ik blij kijken als de visite er is. 

Joe-hoe.

Als dit waarheid wordt morgen: hoe groot achten jullie de kans dat ik ooit nog gezellig langsga bij de brandweer?

Geplaatst in Beslommeringen, Repel. Categorie: , , . 10 Commentaar »

Waiting

 
I’m waiting here for something good, to come my way
and I’ve been waiting patiently, all day.
The sunshine begins to stretch across the sky,
I’m just waiting, oh I am waiting.

People that are restless, are moving here and there,
somehow they seem to go, nowhere.
So I remain, and watch the world go by,
And I’m just waiting, oh I am waiting.

I don’t know what I’m waiting for, but that’s all right.
Every thing I need is in my sight.
I’m free as every kingfisher should be,
and I’m just waiting, oh I am waiting.

Morgenmiddag mogen Manlief en ik komen voor Het Adviesgesprek bij de kinderpsycholoog van Middelste.

Ze schijnt haar mening klaar te hebben. Of niet. Maar ook dan zullen we dat horen.

En ondertussen kan ik niks doen dan….wachten. Afwachten.

kinderpsieg

Het is begonnen. Het proces van de kinderpsycholoog. Middelste is geobserveerd, is de eerste keer langs geweest en wij zijn al een keer langs geweest. Het valt me zwaar. Ze heeft een aantal hypotheses maar ik heb niet gevraagd welke en hoeveel. Mijn oren galmden namelijk nog na van de boodschap dat een van de hypotheses ‘achterstand in ontwikkeling’ is. Toen ze de term noemde gierde direct eigen schuld, mijn schuld, onze schuld door mijn hoofd. Omdat ik een slechte moeder ben, heeft mijn kind misschien een achterstand in zijn ontwikkeling opgelopen. Vreselijk gevoel. Het is natuurlijk niet zo, dat weet ik ook wel en misschien ben ik wel een hele goede moeder omdat ik mijn kind goed genoeg ken om een probleem vroegtijdig te signaleren. En ik ben een goede moeder omdat ik er actie op onderneem. Maar met het aantal beren dat ik op dat moment op de weg zag kan je het IJsselmeer dempen.

We krijgen een lijst thuis. Een checklist om het complete autistische spectrum af te kunnen vinken. Da’s ook een fijne hypothese.

Toen ik hem vanmorgen naar de crèche bracht, kreeg ik zijn sticker-A4′tje met als titel “Gepoept op de wc” om mee naar huis te nemen. Boven de wc’tjes kon je de lege plek zien waar hij vanaf was gehaald. Hij taalt er toch niet naar, zei de leidster. 

Ik heb een hoofd vol zorgen. Mijn lieve jongen, wat is er toch met je? Over een paar weekjes weten we meer, maar ik begin op een punt te komen dat ik niet zo goed weet of ik het nog wel wil weten. Die struisvogels hebben volgens mij nog best wel een punt hoor, met hun kop in het zand. Ga ik ook doen.

Daar is ze weer, en Repel is persoonlijk

Het is lastig uitrusten als je te ver bent gegaan. Tot het moment dat ik in de gaten had dat ik te ver was gegaan (tot mijn mini-meltdown) had ik namelijk niet echt het idee dat ik dat überhaupt aan het doen was. En je weet ook niet hoe ver de weg terug is. Net alsof je verdwaald bent en achterom kijkt en je het laatste punt van herkenning niet eens kan zien en je ook niet precies weet hoe ver je nou bent gelopen en hoe je hier nou in hemelsnaam terecht was gekomen.

Het is lastig uitrusten als je geen vrij kan nemen. Omdat je die ingeplande opleiding van een maand al een keer had weten te verplaatsen vanwege te drukke omstandigheden aan het thuisfront. En een tweede keer verplaatsen omdat je er een beetje doorheen zit, lijkt dan niet zo’n slimme carrière-move.

Het is lastig uitrusten als je niet 4 nachtjes in een hotel kan gaan slapen. Als je uit je werk gewoon naar je tweede baan gaat, naar je tweede werkdag thuis als moeder de vrouw en echtgenote.

Wat je wèl kan doen is nee zeggen. Even de boel laten aan Manlief en gewoon de Beaumonde lezen. Wat je ook kan doen is een keer om half negen naar bed gaan in plaats van elf uur. Dat compenseert dan weer een beetje voor de uren die je wakker ligt, voor de slaap die je mist omdat de kinderen je uit je slaap houden. Wat je ook kan doen is oorproppen in beide oren stoppen zodat je echt niks meer hoort. Wat je ook kan doen is denken “geen zin” en het aanrecht niet gaan boenen tot het steen glimt en ook niet gaan dweilen en de limovlekken laten voor wat ze zijn.

Je kan ook genieten van je cursus en daar energie uit putten op een andere manier. Je kan ook even toegeven en huilend tegen Manlief zeggen dat je het even niet ziet zitten in plaats van hem al doordraaiend de huid vol te schelden. Dat kan ook. En je kan kiezen voor de klusjes die je wèl aankan of wèl ziet zitten op dat moment.

Als ik in retraite zou gaan in een klooster midden in de Ardennen zou ik sneller weer aan mijn top staan, maar zo kom ik er ook.

Huishoudelijke mededeling

De Repel is moe. Nee, dat is niet correct. Repel is oververmoeid, uitgeput, héél erg moe. De Repel gaat zorgen dat, hoe zeggen ze dat ook alweer zo mooi, de batterij weer wordt opgeladen. Want die is h.e.l.e.m.a.a.l. leeg. Ik werk op noodstroom. De Repel gaat even niet reageren op leuke logjes, ik ga dank je wel zeggen tegen niemand, ik ga niemand helpen en ik ga met niemand rekening houden. De Repel gaat minstens een week aan helemaal niemand anders denken dan aan Repel zelf.

De groeten.

Als ik denk dat ik het zwaar heb…

Manlief belt me elke dag. Eergisteren was een lastig telefoontje. Het was 48 graden in de schaduw en zij moeten werken in de zon. Er waren al twee collega’s onwel geworden en één hond hebben ze uit de oefening gehaald omdat het beest niet tegen de hitte kon. Manlief had niet geslapen van de hitte en hij voelde zich rot. Midden in de woestijn, een kilometer of twintig van Dubai vandaan. Alleen maar zand en hitte. Een dag later was het 51 graden in de schaduw en mocht je er in de zon een graad of 20 bij optellen.

Het enige wat ik kon doen was opgewekt klinken en hem verzekeren dat hier alles goed is. Alles is onder controle en alles gaat goed en ik vertel in het kort een leuke anekdote (deze, bijvoorbeeld). En dan lieg ik niet, ik vertel alleen niet dat mijn lontje soms gevaarlijk kort is…ik gedraag me soms als illegaal vuurwerk dat ontploft in je hand bij de geringste stimulans. En ik vertel niet dat de nachten hier ook zo slecht zijn dat ik op mijn tandvlees loop.

Oudste ontpopt zich als de man des huizes. Hij helpt me met klusjes en ik betrap hem erop dat hij zijn broertjes aan het opvoeden is. Dat had hij al in zich, maar nu is het anders dan anders, ik kan het niet goed uitleggen, maar hij doet het om mij te ontlasten. En verdomd, hij doet het nog hartstikke goed ook. En ik prijs hem en zeg dat ik er zo blij mee ben, maar zonder dat hij het al te veel merkt, probeer ik het te ontmoedigen want hij neemt een verantwoordelijkheid op zich die hij, op de schouders van een zeven jarige, nog lang niet hoeft te dragen.

Middelste zat vandaag in een dipje en wilde naar papa. Met zo’n trillipje. Ook dat ga ik Manlief niet vertellen als hij belt. Als hij belt…volgens de nieuwsbrief was het vandaag te warm om overdag te werken en beginnen ze pas (mijn tijd) om acht uur en hij heeft nog niet gebeld.

Nou ja, het einde is in zicht. Woensdag komt in zicht nu moet alleen dat vliegtuig nog in de lucht blijven en dan is hij weer thuis. En dan kan ik oprecht tegen hem zeggen dat het niet eenvoudig is, maar dat ik het wel kan, in mijn eentje, sole mio, een groot gezin met nog heel kleine kindjes en dito huishouden draaiende houden en zorgen dat er nog plezier is ook. Ik wist het van te voren niet zeker.

Dag drie…hierna nog zes te gaan

Er wordt veel televisie gekeken in huize Repel. Ik red me prima, maar druk is het wel. Ik wil nog wel eens roepen tegen Manlief dat ik altijd al het denk- en planwerk moet doen, maar dat is natuurlijk eigenlijk helemaal niet waar. En dat blijkt nu maar weer eens nu ik negen dagen lang alleen ben.

Boodschappen, vuilcontainer een dag eerder aan de weg zetten vanwege hemelvaart, administratie, brengen naar sport hier, halen van sport daar, schoolreisje betalen, inschrijfformulier avondvierdaagse invullen en inleveren, kattenbakken scheppen, APK afspraak maken, kattenvoer kopen, telefoontje zus, niet vergeten zo, stofzuigen, wassen draaien, ik schijn ook nog te werken, opvang regelen tijdens werk, niet vergeten vaatwasser aan te zetten, ….

En vanmorgen was het zo goed als letterlijk dauwtrappen op Hemelvaartsdag. We zaten om kwart over zes beneden. Jongste had genoeg geslapen. Het is dat we geen echt gras hebben met dauw erop, maar van de limo-spetters op het laminaat werden mijn voeten net zo nat. De nachten zijn draconisch en ik kan niet even zeggen: “schat, neem jij ‘m even.”

Kortom: er wordt meer televisie gekeken in huize Repel dan normaal. (En daar zijn we normaal al niet zuinig mee.) En Middelste zit veel achter Youtube filmpjes van Thomas de Trein te kijken. Wel heb ik de jongens beloofd dat we elke dag dat papa er niet is iets leuks gaan doen. Wat dat “iets” is kan variëren van MacDonalds eten tot bioscoop. Van laat naar bed en bij elkaar logeren tot het bos en bowlen.

Manlief werkt ondertussen ook heel hard, maar dan aan de andere kant van de wereld in de verzengende hitte. We missen elkaar en de Daltons missen hun papa en hij de Daltons. Het lukt ons nog altijd wel elkaar elke dag te bellen, zoals we al bijna tien jaar doen. Gaat het daar goed, ja? Ja, hier ook hoor schat. Doe voorzichtig he.

Ik ga de juf van Oudste zeggen dat Oudste een ochtendje gaat spijbelen, dan kunnen we de avond van te voren samen papa ophalen van het vliegveld aan de andere kant van het land.  Maar dat weet Oudste nog niet. En het is pas volgende week. Na vandaag nog zes dagen te gaan.